“Wij gaan het redden”

Bewoners doen alles zelf in Het Voorhof

Print Friendly

Zelfbeheer betekent niet dat je álles zelf doet. Toch is dat de huidige realiteit in Buurthuis Het Voorhof. Delftse bewoners namen met succes de exploitatie, het beheer en zelfs het pand over van de gemeente, maar staan nu misschien wel voor hun grootste uitdaging: nieuwe krachten vinden om een bestaan op lange termijn te garanderen.

“Het is eigenlijk te veel”, vindt Christina Terpstra. Terpstra’s functieomschrijving is voorzitter van Stichting Buurtwerk Voorhof II. In de praktijk neemt ze ook beheertaken, het verhuurbeleid, vrijwilligersbeleid, pr, het netwerken en wat er maar meer nodig is in Buurthuis Het Voorhof voor haar rekening. Het is het gevaar van zelfbeheer en de ‘zwakke schakel’ van het bestuur, aldus Terpstra. “Er ligt te veel bij ons. We zijn met te weinig mensen, waardoor we te veel petten op hebben.”

De situatie is ontstaan toen zo’n zes jaar geleden geruchten de ronde begonnen te doen over mogelijke sluiting van verschillende buurthuizen in Delft. Ook Buurthuis Het Voorhof in de wijk Voorhof II zou op de nominatie staan verkocht te worden door de gemeente. Nog voor de gemeente naar buiten kon komen met het nieuws of überhaupt een beslissing had genomen, hadden bewoners een actiegroep opgestart en waren er zo veel handtekeningen verzameld voor het behoud van Buurthuis Het Voorhof dat de wethouder onder de indruk raakte. Tevergeefs. In 2011 viel de beslissing alsnog: Het Voorhof moest dicht.

Voorhof

Sneltreinvaart door de geschiedenisboeken

“Toen vroeg iemand aan de wethouder: ‘Wat als wij gaan proberen dit buurthuis zelf te runnen?’ Hij zei: ‘Kom maar met een idee.’” Terpstra neemt ons in sneltreinvaart mee door de historie van Het Voorhof: vanuit de actiegroep werd een werkgroep gesticht om de doorstart van het buurthuis te realiseren. Er waren stevige gesprekken met de gemeente. De gemeente wilde het pand aan andere partijen verkopen. Maar: “We hebben op de een of andere manier het vertrouwen gewekt bij de gemeente. Een aantal huurders had toegezegd te blijven. Er zijn er ook best veel weggegaan, maar met een klein groepje konden we verder. We hadden een inkomen en konden aan de gemeente duidelijk maken: wij gaan het gebouw aflossen, wij gaan het redden.”

De bewoners stelden voor om het bedrag van 43.000 euro in vier jaar af te lossen, de gemeente hield vast aan drie. Later werd de gemeente coulanter: elk jaar wisten Terpstra en haar medebestuursleden een maandje erbij te sprokkelen. In het huidige tempo is het buurthuis in maart 2017 volledig van de Stichting. “Wat heeft de gemeente te verliezen?”, aldus Terpstra. “In het contract staat dat de gemeente het buurthuis terugkrijgt als het misgaat. Inmiddels hebben we ons bewezen.”

“Wat heeft de gemeente te verliezen?”

Met het in handen krijgen van het pand was de kous niet af. Hoewel 43.000 euro niet veel geld is voor een pand, bleek er al gauw veel achterstallig onderhoud te zijn. Bezoekers zakten door de vloer, de cv-ketel was verouderd en “als je hard nieste kon je een gat in de muur blazen.” Externe en interne renovaties werden mogelijk door donaties van Oranje Fonds, Fonds 1818, Stichting Hulp aan Delftse Jongeren, Stichting Boschuysen, het VSB-fonds, het Coöperatiefonds Rabobank en anderen, waaronder ook particulieren. De geldschieters waren in eerste instantie huiverig, maar Stichting Buurtwerk Voorhof II was zo goed bezig dat ze werden overtuigd. “En inmiddels weten we de fondsen te vinden.”

De markt op

Die overtuigingskracht is geen product van jarenlange training als fondsenwerver. Ook is er geen medewerker die zich volledig richt op het binnenhalen van subsidies en sponsoren in Het Voorhof. Christina Terpstra en haar twee medebestuurders (een secretaris en een penningmeester) combineren ervaring als directiesecretaresse, kennis vanuit werk in een eigen belastingbureau en vanuit de praktijk van grote organisaties plus de nodige technische achtergrond. En samen doen ze alles. Zelf draaiboeken maken, zelf het sleutelbeheer doen, zelf bardiensten draaien, zelf vrijwilligers werven; dát is ‘belachelijk veel’.

“De toekomst baart ons zorgen”, zegt Terpstra. “Nieuwe bestuursleden vinden blijkt een crime en vrijwilligers werven voor het beheer is moeilijk.” Op online marktplaats Delft voor Elkaar zijn meerdere vacatures van Het Voorhof te vinden, maar echt vlotten met de reacties wil het niet.

Voorhof

Dus moet de Stichting creatief zijn. Bijvoorbeeld door via de gemeente Delft trajectwerkers binnen te halen die voor een bepaalde tijd komen werken in Buurthuis Het Voorhof. Door studenten (Voorhof II is een vergrijzende wijk waar tegelijkertijd veel studerende jongeren wonen) maaltijden te laten bereiden voor ouderen.. Door de markt op te gaan.

“De toekomst baart ons zorgen”

De dag voordat we Buurthuis Het Voorhof bezoeken stond Terpstra op een maatschappelijke beursvloer (De Delftse Uitdaging) waar organisaties, bedrijven en bewoners dealen om elkaar verder te helpen. Via deze weg vond ze eerder de Gemeente bereid om trajectwerkers te plaatsen – ditmaal is het product een denktank. Mensen die juist niets met het buurthuisleven hebben, boden zich aan om hardop mee te gaan denken over de toekomst van Buurthuis Het Voorhof. Terpstra: “Ik weet uit ervaring dat anderen binnen no-time op ideeën komen waar je, ook al ben je nog zo ervaren in het buurthuiswerk, zelf nooit op was gekomen.”

Zelf doen, zelf leren

Vroeger was het Buurthuis in handen van de gemeente en het beheer de verantwoordelijkheid van een welzijnsorganisatie. Nu doen de bewoners alles zelf. Dat is een strop met een gouden randje. “Niet om arrogant te doen”, stelt Terpstra, “maar ik denk dat wij het af en toe beter doen dan de mensen van de welzijnsorganisatie. Want wij doen het híer, op de werkvloer. We lopen tegen dingen aan. We struikelen, we moeten opstaan. En daardoor begrijpen we soms beter hoe de praktijk werkt dan de mensen die daar achter hun bureau van alles idealistisch zitten te bedenken en vervolgens loslaten.”

Het is tweezijdige winst. Het Buurthuis staat nu dichter bij de buurtbewoners, en de initiatiefnemers leren er zelf ongelofelijk veel van. Dat leerproces is een onbedoeld bijproduct van veel te veel doen. “Als je mij tien jaar geleden had verteld dat ik het bestuur van een buurthuis zou doen was ik in lachen uitgebarsten. Ik weet nog dat ik de sleutel kreeg en ik dacht: we hebben nu echt dat buurthuis gekocht. Het is nu toch niet de bedoeling dat…?”

Voorhof

Terpstra en haar medebestuursleden begonnen met het idee dat vroeger alles kon in het buurthuis en dat iedereen er onbegrensd welkom was. Inmiddels is de kracht van het buurthuis juist dat er regels zijn. “Ik heb geleerd in het groot te denken, het buurthuis als persoon. En die persoon is erbij gebaat om beschermd te worden. Dus moet ik nee zeggen. Ik heb mensen weg moeten sturen.” Sommige vroegere bezoekers vertrokken, een aantal zijn inmiddels weer vaste gasten.

“Wij doen het híer, op de werkvloer”

Het Delftse buurthuis is een voorbeeld van het succes en de gevaren van volledige zelfstandigheid. Uit noodzaak zijn Terpstra en medebewoners het zelf gaan doen (vaak zonder voorkennis – lees het eerste jaarverslag er op na). Inmiddels zijn ze slim en weten ze hoe dingen werken. Tegelijkertijd is er het risico dat de Stichting op losse schroeven komt te staan wanneer er geen opvolging is, en dat de bestuursleden zichzelf vrijwillig overwerken. Tijd voor het opstellen van een meerjaren onderhoudsplan is er niet, terwijl het pand over een jaar volledig in handen is van de bewoners.

Desondanks overheerst de voldoening. “Ik ben dankbaar, ik heb nergens spijt van. Ik weet niet hoeveel uur ik dit doe; volgens mijn man ben ik fulltime bezig. Maar we kunnen iets terugdoen voor de mensen. Dat raakt me nog steeds.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*