Werkplan: Medewerkers

Print Friendly

In het werkplan beschrijf je concrete doelstellingen op basis van je beleidsplan. Zo’n werkplan maak je in de regel op jaarbasis. In deze serie lopen we de verschillende onderdelen van het werkplan langs: doel en opzet, gebouw en inventaris, medewerkers, programma en pr, en barexploitatie. In deel 3: wat zijn de haalbare doelen voor je medewerkers?

In het werkplan voor de medewerkers werk je voornemens uit het beleidsplan van je buurthuis uit. Alle beleidsvoornemens voor het komende jaar of voor de komende bestuursperiode die met de medewerkers te maken hebben worden op een rijtje gezet. Het gaat hierbij om een vertaling in concreet haalbare doelen.

Functies werkplan

In het werkplan stem je de personele inzet zo goed mogelijk af op het activiteitenprogramma en de beschikbare ruimtes. Het werkplan heeft vier functies:

  1. Inventarisatie: formuleer alle terreinen waarop personele inzet nodig is en bepaal welke kwaliteiten daarvoor nodig zijn. De inventarisatie geeft je inzicht in de gaten in kwaliteiten en aantallen van het beschikbare personeel.
  2. Aanvullen: vul die gaten aan, bijvoorbeeld door bevordering van deskundigheid, herplaatsing van medewerkers, ontslag of het aantrekken van nieuwe medewerkers.
  3. Voortgang: voer voortgangscontroles uit.
  4. Toetsing: toets de resultaten.

Inhoud werkplan

De hoofdlijnen van je beleid staan in het beleidsplan. In de werkplannen werk je de verschillende aandachtsvelden uitgewerkt. Bekijk wat er aan gegevens is over het aandachtsveld. Als de gegevens compleet zijn kun je keuzes maken. Dat hoeven niet altijd concrete resultaten te zijn. Het kan ook een bepaalde stijl of gedrag zijn van het bestuur, de beheerder of het management.

Het gaat in het werkplan om de onderstaande aandachtsvelden. Stel vast wat er is, wat er ontbreekt, wat er aangevuld moet worden en wie dat doet en op welk moment.

  1. Zijn er (nieuwe) beleidsuitspraken en richtlijnen vastgesteld voor het personeel?
  2. Welke (nieuwe) functies zijn er en zijn er adequate functieomschrijvingen en profielen?
  3. Zijn er (nieuwe) afspraken nodig over de werving en selectie van nieuw personeel?
  4. Zijn er (nieuwe) ontwikkelingen voor het beleid ten aanzien van vrijwilligers?
  5. Welke (nieuwe) afspraken zijn er nodig met betrekking tot het zittend personeel? Is er voldoende duidelijkheid over roosters, aantal uren, vervanging?
  6. Zijn er (nieuwe) afspraken over vergoedingen en niet materiële vormen van waardering?
  7. Zijn er ontwikkelingen wat betreft primaire en secundaire arbeidsvoorwaarden?
  8. Wat staat over arbeidsomstandigheden vast en wat moet er in de komende periode eventueel aanvullend worden besproken en geregeld?
  9. Moeten er (nieuwe) stappen worden afgesproken wat betreft informatie aan en overleg met personeel en vrijwilligers?
  10. Wat gaan we dit jaar doen aan deskundigheidsbevordering van alle medewerkers in het buurthuis?

Inspraak

Een werkplan voor de (betaalde) medewerkers kun je niet opstellen zonder hen te kennen. Bij een grote wijkaccommodatie kan dat gebeuren via de werknemersvertegenwoordiging of, bij een hele grote, via de ondernemingsraad. Zo’n overleg is gebonden aan bepaalde regels. Ook met de vrijwilligers of hun vertegenwoordiging zul je moeten overleggen.

Organisatie

In kleine organisaties is er voor de opzet en de uitvoering van het werkplan doorgaans een bestuurslid met personeelszaken belast. Deze zet in overleg met de eventueel aanwezige beheerder de lijnen uit en bewaakt de afspraken.

In grotere organisaties met veel medewerkers delegeer je de opzet en uitvoering van het werkplan aan de beheerder of de directeur, in echt grote accommodaties aan het hoofd personeelszaken. De beheerder, directeur of het hoofd personeelszaken rapporteert aan het bestuur.

Voorbeeld

Onderstaande is een voorbeeld van een uitwerking van aandachtspunt 1, nieuwe functies:
Het bestuur heeft bepaald dat, gezien de groei van het aantal groepen, meerdere betaalde krachten en zo mogelijk per (gebruikers)groep één vrijwilliger in het bezit moet zijn van een geldig certificaat BHV. Tevens zouden er enkele EHBO’ers bij moeten komen met het oog op reanimatie. Dit vanwege de toename van oudere gebruikers door de samenwerking met de zorginstelling ter plaatse.

Hoewel de wettelijke normen (Arbo) hiermee worden overtroffen acht het bestuur dit wenselijk, omdat de inroostering van deze medewerkers anders een probleem wordt.

Het bestuur legt dit voor aan de personeelsleden via de werknemersvertegenwoordiging of de OR en onderzoekt of men het belang hiervan deelt en wat de haalbaarheid is.

Ook wordt onderzocht op welke weerstanden men moet rekenen en wat volgens de medewerkers manieren zijn om die weerstanden te overwinnen. De vrijwilligers worden via een brief uitgenodigd en hun gedachten hierover worden op dezelfde wijze gepeild. Afhankelijk van de resultaten worden alle gebruikersgroepen gevraagd of zij vrijwilligers met een EHBO-diploma reanimatie in hun gelederen hebben. Of dat men bereid is vrijwilligers te werven die, tegen vergoeding van de cursuskosten, het EHBO-diploma willen halen. Op basis van deze stappen wordt een definitief werkplan deskundigheidbevordering BHV en EHBO-reanimatie en een bijpassende begroting opgesteld.

Lees ook:

Bron: Dorpshuizen.nl Vraagbaak