Werkplan: Doel en opzet

Print Friendly

In het werkplan beschrijf je concrete doelstellingen op basis van je beleidsplan. Zo’n werkplan maak je in de regel op jaarbasis. In deze serie lopen we de verschillende onderdelen van het werkplan langs: doel en opzet, gebouw en inventaris, medewerkers, programma en pr, en barexploitatie. We beginnen bij het doel en de opzet van het werkplan.

Het werkplan is het middelpunt van het drieluik doelen stellen-uitvoering geven-evaluatie, en het geeft gestalte aan je beleidsplan. Dit beleid zal moeten worden uitgevoerd. In het werkplan worden de doelstellingen van het beleid omgezet in concrete activiteiten.

In het werkplan kan je als bestuur aangeven hoe je de missie van de accommodatie realiteit wilt laten worden. Daarvoor beschrijf je in het werkplan welke resultaten je wenst te boeken. Die resultaten zijn meetbaar te maken. Zo kun je tijdens en na afloop van het jaar vaststellen of de doelstelling is gehaald of dat er moet worden gecorrigeerd. Het werkplan is daarmee voor het bestuur een uitstekend middel om greep op de dagelijkse gang van zaken te houden.

Een werkplan heeft twee uitgangspunten:

  1. Het werkplan behoort uitvoering te geven aan het beleid van de accommodatie. Activiteiten die in het werkplan worden opgenomen, moeten ‘sporen’ met het beleid. Het wijkaccommodatie stelt zich bijvoorbeeld ten doel de komende beleidsperiode nog meer een echt buurthuis te worden vanuit een sterke binding met de buurtbewoners. In dat geval zullen buurtgerichte activiteiten wel, maar buurtoverstijgende activiteiten geen plaats kunnen krijgen in het werkplan.
  2. Het nakomen van de afspraken die met de diverse doelgroepen zijn gemaakt tijdens het proces om tot het beleid te komen.

Tip: maak het werkplan niet te lang. Twee á drie bladzijden is meer dan genoeg. Zo is het voor iedereen die er gebruik van wil maken toegankelijk en overzichtelijk.

De opzet van het werkplan

Zie het werkplan als een schema dat over het jaar wordt gelegd. Het kan nodig zijn zo’n schema als weekschema of zelfs als dag-voor-dag-schema op te zetten. Zo breng je de voortgang in beeld, stem je zaken op elkaar af, voer je tussentijdse controles uit en stel je bij waar dat nodig is.

Het schema moet, per activiteit of product, aangeven:

  • Welke resultaten willen we boeken? De acties die je onderneemt moeten de gestelde doelen realiseren. Om dit vast te kunnen stellen moeten de acties concrete resultaten beschrijven. Voorbeeld van een concrete beschrijving: “we willen dat ten minste 25 ouderen de wekelijkse soosavond bezoeken.”
  • Wat  moet er gedaan worden qua voorbereiding, besluitvorming, uitvoering, advisering, en controle/evaluatie en bijstelling?
  • Wie voert de werkzaamheden uit? Denk aan: het bestuur, de zakelijke leiding, de medewerkers, de vrijwilligers, commissies (die voor speciale taken in het leven zijn geroepen) en externe bedrijven.
  • Wanneer het moet gebeuren? De logische volgorde van activiteiten moet zichtbaar zijn.
  • Wat er moet er gebeuren als zaken misgaan? In de werkplanning moet je tijdstippen opnemen voor overleg en tussentijdse evaluatie. Zaken die zijn misgegaan kun je dan eventueel herstellen of opnieuw plannen.

Ontwikkelingen

Door recente ontwikkelingen en nieuwe perspectieven is het soms nodig om je beleid bij te stellen. Wat geldt voor het beleidsplan, geldt meestal ook voor het werkplan. Beleidswijzigingen zullen dan ook vaak gevolgen hebben voor het werkplan.

Lees ook:

Bron: Dorpshuizen.nl Vraagbaak