Vrijwilligersvergoeding

Print Friendly

De vrijwilligersvergoeding is een vergoeding die een buurthuis uitkeert aan zijn vrijwilligers, en kan bestaan uit onkosten en/of een vast maandelijks bedrag. De vergoeding mag niet in verhouding staat tot de omvang en het tijdsbeslag van het werk.

In de wet zijn duidelijke grenzen vastgesteld om onderscheid te maken tussen vrijwilligerswerk en beroepsmatige arbeid. Aan een vrijwilliger mag per maand maximaal € 150 belastingvrij worden uitbetaald, tot een maximum van € 1.500 per jaar. Daarvoor hoeft geen urenadministratie bijgehouden te worden, tenzij het uitgekeerde bedrag daadwerkelijk hoger uitvalt en er dus loonbelasting betaald moet worden.

Is een vrijwilliger ouder dan 23 jaar, dan geldt een maximale vergoeding van € 4,50 per uur; voor vrijwilligers jonger dan 23 ligt het maximum op € 2,50. Voor vrijwilligers met een bijstandsuitkering gelden andere regels. Zij mogen maximaal € 95 per maand tot € 764 per jaar ontvangen zonder dat het invloed heeft op de uitkering.

Voorwaarden vrijwilligersvergoeding

De regeling geldt voor gemeenschapshuizen (stichtingen en verenigingen) die niet belastingplichtig zijn voor de vennootschapsbelasting of daarvan zijn vrijgesteld. Voor het uitkeren en ontvangen van een vrijwilligersvergoeding zijn een aantal voorwaarden:

  • Uit de administratie van het buurthuis moet blijken aan wie, waarvoor en gedurende welke periode is betaald.
  • Als er een periode geen vrijwilligerswerk wordt verricht (door vakantie, ziekte e.d.) dan mag er geen vergoeding worden uitbetaald.
  • Een vrijwilliger mag zijn of haar vergoeding van meer dan één organisatie ontvangen. De maximale vergoeding van € 1.500 per jaar geldt dan voor de gezamenlijke bedragen die bij de verschillende organisaties als vrijwilligersvergoeding worden uitgekeerd.
  • De werkzaamheden mogen ‘niet bij wijze van beroep’ worden uitgeoefend. De belastingdienst kijkt of de beloning van de vrijwilliger in overeenstemming is met het werk. Wanneer dit niet het geval is dan wordt het ook niet gezien als ‘bij wijze van beroep’ (een vrijwilligersvergoeding is immers altijd lager dan de kosten voor een beroepskracht).
  • Komt de vergoeding uit boven de limiet, dan moet deze worden uitgekeerd op basis van werkelijk gemaakte kosten.

Onkosten/werkelijk gemaakte kosten

Onkosten die een vrijwilliger maakt worden vaak volledig vergoed. Zo’n reële onkostenvergoeding mag meer zijn dan de vaste vrijwilligersvergoeding van € 1500, mits aantoonbaar met bonnetjes en afschriften. Er geldt geen wettelijk maximum voor een onkostenvergoeding, maar deze mag niet bovenmatig zijn.

Komt de onkostenvergoeding uit boven het normbedrag van € 150 per maand of € 1500 per jaar, dan moet het bestuur van het buurthuis wel opgaaf doen bij de belastingdienst, via een zogeheten IB 47-formulier. Zo voorkom je naheffingen van sociale premies en boetes. Daarover lees je meer in deze handleiding van de belastingdienst. Wordt hetzelfde normbedrag overschreden, dan mogen de uren van een vrijwilliger niet meer worden vergoed.

Bronnen: Movisie, Dorpshuizen.nl