“Vertel vrijwilligers waar ze aan toe zijn”

Succesvol vrijwilligersbeleid bij pionier ‘t Schöpke

Print Friendly

Duidelijkheid is de sleutel tot een succesvol vrijwilligersbeleid. Althans, als het aan zelfstandig buurthuis ’t Schöpke ligt. De pionier legt uit hoe het kan dat vrijwilligers er zo graag hun steentje bijdragen.

Vrijwilligers werven is moeilijk. Veel buurthuizen worstelen met de zoektocht naar nuttige krachten. Medewerkers blijken moeilijk vindbaar, binden zich niet aan de organisatie en zijn binnen de kortste keren weer vertrokken. Zo niet in Venray. ’t Schöpke heeft een vrijwilligersbestand van dertig man die zich keihard inzetten voor het beheer onder het dak van de pionier. Zonder een vrijwilligersvergoeding in het vooruitzicht

“Het is ongelofelijk belangrijk om mensen te vertellen waar ze aan toe zijn”, legt bestuurslid Ger Koreman het succes uit. “Wij hebben weinig problemen om vrijwilligers te vinden en te houden. En dat heeft vooral ermee te maken dat je die mensen heel duidelijk vertelt wat van ze verwacht wordt.” Vroeger was dat anders. Toen werden vrijwilligers in bescherming genomen bij ’t Schöpke, vertelt Koreman. “De move die wij als nieuw bestuur gemaakt hebben is dat we tegen elke vrijwilliger zeggen: je bent vrijwilliger tot het moment dat je wat wilt doen. Dan werk je volwaardig mee aan onze doelstelling.”

Ger Koreman, in het midden.

Ger Koreman, in het midden.

Vrijwillig, niet vrijblijvend; die houding was even schrikken voor een aantal oudgedienden. Van de zestig vrijwilligers van het ‘oude’ Schöpke vertrokken er 25. Vervolgens vond het buurthuis via mond-tot-mond-reclame gemakkelijk nieuwe mensen. “Men meldt zich wel”, aldus Koreman. Desondanks zocht de pionier contact met de Venrayse vrijwilligersorganisatie Match, waar het inmiddels ook bruikbare krachten vandaan haalt.

Die krachten krijgen te maken met een heldere groepsindeling. ’t Schöpke verdeelt de vrijwilligers over drie groepen: twee houden zich bezig met horeca, de derde draait bardienst bij evenementen en zaalverhuur. In de praktijk komt het vooral neer op een (niet al te strikte) scheiding van werktijden: “Er zijn mensen die alleen overdag werken, er zijn er die ’s avonds werken en er zijn mensen die beide doen.”

Korte lijntjes

Met de nieuwe insteek en nieuwe mensen, hangt er ook een nieuwe sfeer in ’t Schöpke. Een goede sfeer. Dat merkt Koreman niet alleen aan het feit dat vrijwilligers gemotiveerd hun werk doen, maar ook op de bijeenkomsten die het buurthuis voor zijn krachten organiseert. “Tijdens die vrijwilligersbijeenkomsten vertellen we waar we mee bezig zijn en hoe het gaat – het gaat ook harstikke goed, dus dat scheelt – en aan de hand van de rondvraag merk je hoe happy mensen zich hier voelen.” Aan het einde van zo’n bijeenkomst wordt dat beeld bevestigd, vertelt Koreman. Mensen blijven napraten, zijn niet na afloop direct vertrokken.

De goede sfeer in het vrijwilligerskorps valt terug te leiden naar drie pijlers: duidelijkheid, kwantiteit en inspraak. ’t Schöpke bindt mensen “door ze duidelijk te vertellen wat we willen, wat onze doelstellingen zijn en wat we van ze verwachten. De lijntjes en de zinnen kort houden.” Ten tweede heeft Koreman een richtlijn wat betreft het aantal actieve vrijwilligers. Om ’t Schöpke goed te laten functioneren zijn 30 tot 35 man nodig. Meer dan dat is niet nodig en zelfs onwenselijk. Als de pionier vijftig vrijwilligers zou hebben en de meesten daarvan maar een keer per maand kunnen werken, dan valt de motivatie weg, zo redeneert Koreman.

't Schöpke

Vrijwilligers hebben niet per se inspraak op het beleid van ’t Schöpke. Dat is vooral een praktische kwestie. Het beleid wordt – in het kader van het Wmo-concept in het gebouw waarin ’t Schöpke is gevestigd – bepaald door een regiegroep met vertegenwoordigers van de verschillende aanwezige partijen, zoals de Zorggroep, Met GGZ, Spring en ’t Schöpke zelf. Die partijen bepalen het beleid en dat wordt dan uitgevoerd. “Maar in de uitvoering hebben vrijwilligers natuurlijk wel inspraak”, aldus Koreman. “Daar wordt ook heel erg goed naar geluisterd. Als ze zeggen: waarom we doen we zus niet zo? Dan kijken we daar serieus naar en krijgen ze daar goed antwoord op.”

Ook dat is, zoals eigenlijk alles, terug te leiden naar duidelijkheid. Naar korte lijntjes met Koreman zelf, van wie vrijwilligers weten dat ze bij hem moeten zijn voor wat dan ook.

Gratis goud

Om de motivatie verder op te schroeven onderzoekt ’t Schöpke de mogelijkheid om een vrijwilligersvergoeding aan te bieden. Momenteel heeft de pionier amper kosten voor zijn vrijwillige inzet; alleen de jaarlijkse barbecue kost al met al duizend euro. Omdat het zo goed gaat moet er volgend jaar een budget van vijfduizend euro komen. Aan de vrijwilligers wordt wel duidelijk gemaakt: elk jaar wordt de vergoeding op basis van hoe het gaat bij ’t Schöpke vastgesteld. En: niemand mag bevoor- of benadeeld worden op basis van zijn of haar werkzaamheden.

Eerlijk. Helder. Duidelijk. Het is de boodschap die Ger Koreman uitdraagt naar ons en naar zijn vrijwilligers toe. Het is ook de boodschap die ’t Schöpke zal verkondigen tijdens het Gratis Goud Festival in Deventer, op 7 december. ’t Schöpke treedt er naar alle waarschijnlijkheid op als inspirerend voorbeeld van een organisatie die bijna volledig draait op vrijwillige kracht. Een voorbeeld van een plek waar iedereen welkom is, “als hij of zij zich maar positief opstelt en meehelpt het doel van ‘t Schöpke te bereiken.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*