“Soms krijg je het niet voor elkaar van onderaf”

Zelfbeheer is een kwestie van samenwerken bij pionier ONS

Print Friendly

Vrijwilligers stromen weer uit naar de arbeidsmarkt, er komen wekelijks honderden bezoekers over de vloer, mensen met verschillende achtergronden komen er met elkaar in contact; het gaat beter dan ooit bij ONS. Maar minstens net zo belangrijk: bewoners voelen zich weer gehoord bij de pionier – ondanks de professionele sturing.

Trots wijst Irene Nagtzaam naar de groepsfoto met Jetta Klijnsma. “Kijk, Tirso heeft een baan gevonden bij een restaurant. En Christie, oh, die staat al niet eens meer op de foto.” Bij pionier ONS kunnen mensen met een uitkering terecht om via opleidingen en vrijwilligerswerk de weg naar de arbeidsmarkt terug te vinden, zónder gekort te worden op hun maandelijkse toeslag . Dat kan dankzij de ‘regelarme zone’ die het heeft afgesproken met de gemeente. Dankzij de regeling hebben al meer dan tien personen weer een baan gevonden, en bespaart ONS de overheid zo tienduizenden euro’s aan re-integratietrajecten en begeleiding.

Terugkijken

Wanneer we samen met voorzitter Rabia Nouhi terugkijken naar de afgelopen drie jaar is het onmogelijk om niet even stil te staan bij dit succes. ONS is heel veel dingen tegelijk, maar de leeromgeving die het vormt voor mensen met afstand tot de arbeidsmarkt is de grootste blikvanger. Maar het kan altijd beter. Daarom heeft ONS de afgelopen jaren werk gemaakt van het verbeteren van het proces waarin uitkeringsgerechtigden terechtkomen bij de pionier.

“Een open vizier, dat is belangrijk.”

Irene Nagtzaam, een van de professionals die al lange tijd is verbonden aan het project, toont een kaart met daarop het beloningssysteem dat ONS heeft ontwikkeld. Er zijn drie niveaus: brons, zilver en goud. Bij elk niveau hoort een (steeds groter) aantal verantwoordelijkheden, en een vaste vergoeding. Wie bijvoorbeeld zelfstandig kan sluiten en kassa mag draaien, valt in de categorie zilver , en verdient 400 euro per halfjaar in vaste vergoedingen; 200 euro meer dan iemand in de bronzen categorie. Er zijn voortgangsgesprekken, er zijn opleidingen om te volgen – en stapsgewijs bewandelen de mensen die binnenkomen bij ONS de weg terug naar de arbeidsmarkt.

Het beloningssysteem van ONS

“De focus gaat nog meer liggen op ONS als opleidingsbedrijf”, legt Nagtzaam uit. “Iedereen die hier werkt moet aantoonbaar persoonlijke ontwikkeling doormaken. Iedereen die binnenkomt moet er met meer uitkomen, met winst naar buiten lopen. Dat zijn we nu aan het inrichten.” Daarvoor is dat beloningssysteem, vertelt ze. ONS zoekt daarnaast meer en meer de samenwerking met bedrijven. “Als wij meer stevige partijen hebben om mee samen te werken, kunnen we nog meer mensen op de juiste plek zetten. Een open vizier, naar buiten gericht; dat is belangrijk.”

Coöperatie

ONS is georganiseerd als een coöperatie. Vanuit die coöperatie zijn inmiddels vele initiatieven gestart. Onder de ONS-paraplu vallen bijvoorbeeld het Naaiatelier, schoonmaakbedrijfje Mevrouw de Wit, en de Grote Broer en Zus-projecten waar mee samengewerkt wordt, om kansarme jongeren een toekomst te geven. Binnen de muren van het wijkcentrum worden Nederlandse taallessen gegeven theorielessen voor het rijbewijs, naailessen en sportlessen , en is er ruimte voor het wijkatelier, dat ‘2e kanskleding’ verkoopt, een kapsalon biedt en kledingreparatie verzorgt..

“Nee, ONS is voor iedereen”

“Bereik de moeder van het gezin, dan ben je goed op weg”, vertelde oud-bestuurslid Jose de Brouwer drie jaar geleden. Geeren-Zuid is een wijk waar veel Nederlanders met een migratieachtergrond wonen, waarvan zo’n tachtig procent de roots in Marokko heeft. Een moeilijke doelgroep om te bereiken. Initiatieven zoals hierboven genoemd zijn gestart om toch contact te leggen.

Drie jaar later zijn de effecten te zien. Dankzij de Vrouwenstudio kwamen inderdaad steeds meer vrouwen buiten de veilige omgeving van hun eigen gezin. Dat leidde in eerste instantie tot problemen, vertelt Nouhi. “Mannen had het er moeilijk mee. Vrouwen begonnen te vragen: ‘Waarom mag zij dat wel van haar man en ik niet?’” Nu merkt ze dat steeds meer vrouwen in de buurt aan het werk zijn, bijvoorbeeld bij ONS.

Ook bij witte Nederlanders was er aanvankelijk argwaan. De buren belden bij elk feestje boos op, ze klaagden over de parkeerplaats die altijd vol was. “Toen hebben wij ze uitgenodigd, uitgelegd hoe het werkt hier. De witte, oudere Nederlanders zeiden: ONS is niet voor ons, het is voor júllie. Nee, zei ik, het is voor iedereen.” Wat eerst eng was, is door ontmoetingsplaats ONS normaal geworden. Nu groeten dezelfde mensen Nouhi buiten en komen ze over de vloer om te eten.  En heeft de bridgeclub uit de wijk haar plek in het restaurant gevonden.

Vallen en opstaan

ONS kwam binnen bij Beheer je buurthuis met de ambitie om volledig van onderop te worden gerund. Bewoners aan het roer. Later bleek enige professionele inzet geen overbodige luxe. Nouhi en De Brouwer werden in het begin overvraagd. Ze wisten alles, dus déden ze ook alles. Zij gingen naar de Sligro om boodschappen te halen voor het restaurant. Nu is er professional Pierre, die buurtbewoners opleidt om het restaurant in de toekomst zelf te gaan beheren. En Erik en Frans doen de boekhouding, het factureren. “Nu heb ik rust”, vertelt Nouhi, die zich met name bezighoudt met de zaalverhuur. “Ik had gevoel: als er iets fout gaat, is het mijn schuld.”

Nagtzaam: “Met vallen en opstaan hebben we moeten leren. De juiste poppetjes stonden niet op de juiste plekken, het juiste talent hebben we moeten leren inzetten. Dat leidt tot roerige tijden, zeker in een coöperatie.” De leden zijn de baas, in een coöperatieve vorm. Maar, zegt Nagtzaam, er is ook behoefte aan leiding. “Dat er een klein clubje is dat zegt: zo doen we het. Soms krijg je het niet voor elkaar van onderaf.”

Pierre leidt de keuken

“Mensen denken dat het makkelijk is”, gaat Nouhi verder. “Als ze het zelf doen, merken ze dat het niet zelf kunnen. Dat zijn lessen.” Hoewel de leden beslissen, hebben ze wel leiding nodig. “De leden zijn de baas, maar voor de leden moet er ook een baas zijn.”

“De leden zijn de baas”

Zoeken naar de juiste balans tussen professionele leiding en initiatief van onderop is daarbij een grote uitdaging. Nagtzaam noemt het ‘stoeien’. Soms heerste er bijvoorbeeld het gevoel dat zij en collega Monique van Winkel te veel bepaalden bij ONS. Nu is er elke maandag managementoverleg. Daar schuiven de leden van de coöperatie samen met de professionele inzet aan tafel en worden kleine en grote beslissingen genomen, van het weekrooster tot een langetermijnvisie op het huurbeleid. Zo is de balans gevonden. Nouhi voelt zich gehoord: “Er wordt naar je geluisterd. Dat is fijn.”

De toekomst

ONS draait. Er komen zo’n vijftienhonderd bezoekers per week in het gebouw – ook voor het paramedisch centrum – de leden van de coöperatie zijn tevreden en over financiën zijn er weinig zorgen. Er is een risicoloze deal met de woningcorporatie waarbij ONS  een deel van alle verhuurinkomsten afdraagt als maandelijkse huur voor het pand.

Omdat het zo goed gaat, is vooruitkijken geoorloofd. Naar het werken met een bijzonder statuut, bijvoorbeeld, die in plaats kan komen van de huidige regelarme zone – en waar de gemeente positief over is. Of naar het werken met e-learning in de keuken van het buurtrestaurant, zodat nieuwe krachten met digitale hulp bijvoorbeeld gerechten kunnen bereiden. Alle ambities van ONS staan nu in het teken van de ambitieuze vrijwilligers. Dat gaat al goed, maar kan nog beter. “Mijn uitdaging is dat vrijwilligers hier ook uitbetaald krijgen”, sluit Nouhi af. “Dan hebben we het echt gemaakt.”

Foto boven artikel: Irene Nagtzaam en Rabia Nouhi.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*