Rendementsdenken in het buurthuis

Drie experts over het meetbaar maken van maatschappelijke impact

Print Friendly

Kun je rendementsdenken loslaten op een buurthuis? Wanneer heeft een buurthuis succes? Moet je dat meetbaar maken? En hoe zou je dat kunnen doen? Buurthuis SamenMetDeBuurt uit Haarlem vroeg het zich af op Twitter. Wij zijn nieuwsgierig en vragen drie experts naar hun mening.

Rendement is de opbrengst van iets in verhouding tot de kosten. Het woord suggereert een meetbare grootheid, bijvoorbeeld omzet of winst in geldeenheden. In het wetenschappelijk onderwijs was ‘rendementsdenken’ dit jaar een centraal begrip. De neiging van universiteiten om te denken in cijfers (welke opleidingen zijn rendabel, welke niet?) leidde tot kritiek en wekenlange studentenprotesten en –bezettingen. De term domineerde het nieuws en bracht nationale discussies op gang over het goed en kwaad van rendement.

Twee weken geleden stelde buurthuis SamenMetDeBuurt, gevestigd in Haarlem, op Twitter de vraag: “Kun je rendementsdenken loslaten op een buurthuis? En hoe meet je dan het rendement? Wanneer heeft een buurthuis succes?” Daarmee introduceerde het de term in de wereld van de buurtinitiatieven. Er kwamen suggesties, zoals het meten van incidenten voor politie, huisarts en jeugdhulp voor en na/tijdens de introductie van buurthuis.

RendementsdenkenMaar moet het succes van een buurthuis überhaupt gemeten worden in cijfers? Nieuwe instrumenten als de MAExchange (een online index voor maatschappelijke initiatieven) en Performance Prediction Scan (PPS, een maatschappelijke impactmeting ontwikkeld door het Erasmus Centre for Strategic Philanthropy (ECSP) in samenwerking met Kennisbank Filantropie) lijken in ieder geval in te springen op die behoefte. Astrid Huygen, Frank Metsemakers en Evelien Tonkens geven antwoord.

Frank Metsemakers

Frank Metsemakers“Meetbaar succes van een buurthuis zit hem meestal in afspraken met de verhuurder, in veel gevallen de gemeente. In zulke afspraken is ruimte voor een kwalitatieve beoordeling – bijvoorbeeld het aantal bezoekers, al vindt daarop in de praktijk vaak geen controle plaats. Maar het kan ook anders. Misschien dat je opneemt dat je verplicht jaarlijks een enquête houdt onder bezoekers en een bepaald cijfer moet halen. Je begint met een nulmeting en krijgt in de jaren erop bijvoorbeeld huurkorting wanneer het cijfer omhoog gaat.

“Rendement is trans- parantie”

“Het maatschappelijk rendement zit ‘m in de exposure, in het laten zien van je output. Als je buurthuis supergoed en kostendekkend draait – bijvoorbeeld met commerciële huur activiteiten mogelijk maken die zichzelf niet kunnen bedruipen – zal iedereen in het eerste jaar applaudisseren. Het tweede jaar zeggen mensen: jullie zijn duurzaam bezig. En in het derde jaar: wat goed dat het nog steeds lukt! Stop je in jaar vier met die activiteiten, dan is men verontwaardigd. Het sedimenteert, de glans gaat eraf. Rendement is een stuk transparantie. Laten zien wat je doet is belangrijk voor draagvlak in de buurt.

Bridgeclub buurthuis

“Ik vind een buurthuis succesvol als het zijn eigen programmering ter discussie durft te stellen. Niet ‘maar dat doen we al jaren zo’. Daardoor blijf je veel te veel hangen in oude programmering. De bridgeclub die op woensdagmiddag komt bridgen, terwijl de school dan vrij is en dat dus het enige moment is om jongerenactiviteiten te organiseren. Succesvolle buurthuizen zijn buurthuizen die oude afspraken ter discussie durven te stellen.”

Frank Metsemakers is zelfstandig adviseur/procesmanager. Hij werkt in steeds wisselende teams aan vernieuwing in zowel visie, verbinding en implementatie. Metsemakers is een van de experts van project Beheer je buurthuis. Lees bijdrages van Frank Metsemakers op Ruimtevolk.

Evelien Tonkens

Evelien Tonkens“Ik denk persoonlijk dat burgerinitiatieven een reactie zijn op rendementsdenken, dus dat mensen er graag aan meedoen om aan het rendementsdenken te ontsnappen. Ik zou het er verre van houden… Nu is de term ook erg grof en vaag, en in die zin eigenlijk onbruikbaar. Je kunt je best afvragen wat burgerinitiatieven opleveren en dat is ook zeker legitiem, maar ik denk toch dat het aantrekkelijke ervan is dat het daar nu even niet hoeft, in tegenstelling tot veel werk in bijvoorbeeld zorg en onderwijs.”

Evelien Tonkens is hoogleraar Burgerschap en Humanisering van de Publieke Sector aan de Universiteit voor Humanistiek. Tussen 2005 en 2014 was zij bijzonder hoogleraar Actief Burgerschap bij de afdeling Sociologie en Antropologie van de Universiteit van Amsterdam. Lees bijdrages van Evelien Tonkens op Sociale Vraagstukken.

Astrid Huygen

Astrid Huygen

“Je ziet een zoeken naar nieuw vocabulaire, een manier van praten rondom de vraag ‘wat levert het nou op?’. Sinds onze koning de term participatiesamenleving heeft laten vallen – vreselijke term, trouwens – worden bewonersinitiatieven omarmd en wordt er heel veel van verwacht. Maar het is eigenlijk een dubbele beweging. Enerzijds laat de overheid laat zaken los en wil het aan de burger overlaten; anderzijds heeft de burger zelf ideeën over hoe dingen anders of beter kunnen. Tegelijkertijd zitten we in een samenleving waar dingen op een bepaalde manier georganiseerd zijn, in een systeem waarin ieder zijn verantwoordelijkheid heeft. Dat is aan het verschuiven.

“Waar ligt die verantwoordelijkheid? Welke rol heeft de overheid hierin? Welke rol kunnen bewoners hierin nemen? Wie kunnen daarbij betrokken zijn? Zijn dat de mondige hoogopgeleide mensen die de potjes van gemeente weten te vinden? Of zijn er ook initiatieven te vinden die meer inclusief zijn? Wat kunnen mensen met uiteenlopende achtergronden betekenen voor elkaar?

“Gemeentes willen cijfers”

“De overheid heeft nog heel weinig instrumenten in huis om initiatieven te faciliteren, naast subsidie. Subsidie is iets nieuws ondersteunen met een oud instrument. Ik weet dat gemeentes juist op zoek zijn naar nieuwe vormen van ondersteuning. Ik denk dan aan ruimte in regelgeving, het beschikbaar stellen van contacten en netwerken, ondersteuning in de vastgoedsfeer. Welk initiatief moet de gemeente ondersteunen en welke niet? Om die vraag te beantwoorden wil de overheid dingen in cijfers uitgedrukt hebben. Maar vooraf heb je geen meetbare indicatoren of iets gaat slagen. Geef daarom initiatieven de ruimte om te experimenteren. Mislukken kan dan ook gebeuren.

Subsidie“Ik geloof niet zo in een nulmeting en eenmeting voor harde indicatoren als bezoekersaantallen. Het is heel moeilijk om causale verbanden te leggen tussen de aanwezigheid van een buurthuis en bijvoorbeeld incidenten in de wijk (zoals gesuggereerd op Twitter – red.), daarom moeten cijfers een verhaal hebben. Als het gaat om de vraag ‘wat levert het op?’, om toegevoegde waarde, dan denk ik dat je vooral moet kijken naar wat de motieven zijn van de initiatiefnemers. Welke ideeën hebben betrokkenen zelf voor wat het moet worden? Wat zijn de uitgangspunten vanuit waar je het buurthuis vormgeeft? En achteraf: wat zijn nou de elementen die hebben bijgedragen aan waar we naartoe hebben gewerkt? Je hebt een stip op de horizon waar je naartoe wilt werken en een droom vanuit waar je begint. Dan kun je na een jaar kijken: zitten we op de goede weg? Doen we het goede op de juiste manier? Dat is het reflecterend vermogen, of reflexieve kracht van een buurthuis.

“Cijfers moeten een verhaal hebben”

“Je wilt weten welke betekenis het heeft voor bezoekers om naar je buurthuis te komen. Leren ze iets? Krijgen ze meer contacten? Zulke indicatoren zijn veel belangrijker dan tellen hoeveel bezoekers er per week komen. Collectief kijk je: wat is dat nou voor een plek en hoe is de beleving van die plek in de ogen van wijkbewoners? Het gaat, kortom, om de betekenis en waarde voor mensen die er direct en indirect gebruik van maken. Intensief betrokken bewoners zorgen bijvoorbeeld voor levendigheid in het buurthuis, wat invloed heeft op de beleving van de straat, ook voor niet-bezoekers.”

Astrid Huygen werkte als onderzoeker voor het Verwey-Jonker Instituut en als Coördinator Vrijwilligers bij wijkhuis in zelfbeheer In De Boomtak, een van de pioniers van Beheer je buurthuis. Tegenwoordig treedt ze adviserend en bestuur ondersteunend op bij bewonersinitiatieven. Huygen publiceerde op Sociale Vraagstukken en schreef namens het Verwey-Jonker Instituut We doen het nu zelf, een ‘receptuur voor zelfinitiatief in buurthuizen in zelfbeheer’.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*