Quickscan: er komen steeds meer buurthuizen in zelfbeheer

LSA doet navraag bij twintig gemeenten

Print Friendly

Buurthuizen in zelfbeheer zijn in opkomst. Bewoners die zelf het heft in handen nemen om een ontmoetingsplek voor de wijk open te houden of te starten krijgen daarbij steeds meer ruimte in de regels van de gemeente. Dat blijkt uit een quickscan die het LSA deed onder twintig gemeenten met zeventigduizend inwoners of meer.

Met Beheer je buurthuis zit het LSA er middenin. We zien bewonersinitiatieven als paddenstoelen uit de grond schieten. Niet gek, we zijn per slot van rekening een vereniging van en voor mensen die actief op allerlei verschillende manieren iets voor hun leefomgeving proberen te betekenen. Maar is er sprake van een landelijke ontwikkeling? Om die vraag te beantwoorden spraken we met ambtenaren van twintig middelgrote en grote gemeenten. We legden hen vijf vragen voor:

  • Zie je buurthuizen zelf het heft in handen nemen in jouw gemeente?
  • Hoeveel buurthuizen in zelfbeheer zijn er in jouw gemeente?
  • Wat doet de gemeente om zelfbeheer te faciliteren?
  • Hebben bewoners de mogelijkheid om via tijdelijk gebruik leegstand tegen te gaan?
  • Bezuinigingen hebben gevolgen voor buurthuizen. Hoe bereid je deze voor op harde klappen? Laat je bewoners bijvoorbeeld meebeslissen over invulling van bezuinigingen?

De antwoorden verschillen. Geen gemeente is hetzelfde en op elke plek in Nederland worden andere beslissingen genomen. Door de antwoorden te leggen naast die van een quickscan die het LSA in 2013 uitvoerde, ter voorbereiding op het project Beheer je buurthuis, zien we echter duidelijk: er gebeurt meer, zowel aan de kant van creatieve bewoners als bij de overheid.

Download het onderzoeksrapport

“Er ontstaan nieuwe initiatieven”

In sommige gemeenten liggen de touwtjes volledig in handen van gesubsidieerde welzijnsorganisaties; andere gemeenten hebben van oudsher altijd een cultuur van zelfbeheer gehad. Op de overige plekken – het grootste deel van de ondervraagde gemeenten – groeit het aantal door bewoners geïnitieerde buurthuizen. Daar blijft het niet bij. Wat gemeenten veel zien gebeuren is het ontstaan van nieuwe ontmoetingsplekken of organisaties in zelfbeheer die belangrijke functies van het traditionele buurthuis overnemen, zoals BewonersBedrijven.

De gemeenten die meededen aan het onderzoek tellen op dit moment in totaal bijna tweehonderd buurthuizen die worden gerund door bewoners. Als de twintig benaderde plekken een indicatie zijn voor heel Nederland, dan is het niet ondenkbaar dat zo’n duizend buurthuizen met zelfbeheer bezig zijn; een indrukwekkend aantal. Navraag bij het VSBfonds, een van de financiers van project Beheer je buurthuis, leert dat zij een ‘lichte stijging’ zien in fondsaanvragen van ontmoetingsplekken van en voor bewoners. Opvallend: dat gebeurt vooral in middelgrote en kleine gemeenten, waar de overheid nadrukkelijk de handen heeft teruggetrokken van de buurthuizen.

Wat gemeenten veel zien gebeuren is het ontstaan van nieuwe ontmoetingsplekken of organisaties in zelfbeheer die belangrijke functies van het traditionele buurthuis overnemen

Nieuwe ontmoetingsplekken in zelfbeheer nemen belangrijke functies van het traditionele buurthuis over

“Geen harde klappen, maar reële stappen in veranderende tijden”

Die terugtredende overheid gaat gepaard met bezuinigingen. Waar veel buurthuizen subsidie kregen en daardoor konden bestaan, is de afgelopen jaren die geldkraan op veel plekken dichtgedraaid. En die bezuinigingsronde is nog niet ten einde. Ondanks, of juist dankzij die ingreep, is het aantal buurthuizen in zelfbeheer groeiende. “Buurthuizen moeten zich in feite opnieuw gaan uitvinden”, legt een bron uit. “Dus meer inkomsten genereren (horeca, verhuur van ruimten) en structurele kosten verminderen (minder professionele beheerders en meer vrijwilligers).”

“Meer ruimte in de regels voor bottom-up initiatieven”

Per gemeente verschilt hoe met die bezuinigingen is omgegaan. Op de ene plek krijgen organisaties drie jaar de tijd om toe te werken naar een model om zelf volledige huur te gaan betalen, op de ander worden “subsidies voor huisvestingslasten ingeruild voor subsidies voor concrete activiteiten” of krijgen buurthuizen ‘doelsubsidies’ voor deskundigheidsbevordering. De gemeente springt daar dus bij, om wijkaccommodaties te helpen zichzelf opnieuw uit te vinden, vaak na een afbouwperiode van subsidie.

Waar gemeenten twee jaar geleden niet zaten te wachten op en geen raad wisten met bewonersinitiatieven die aanklopten en om hulp vroegen, is de situatie nu verbeterd. Uit de quickscan blijkt dat de lokale overheden, op enkele uitzonderingen na, beleid formuleren voor buurthuizen in zelfbeheer, en de hand reiken in de vorm van procesbegeleiding, verhuur of verkoop om-niet, of inzet om bedrijfsvoeringsmodellen helpen uit te werken. Ook proberen gemeenten meer ruimte in de regels te creëren voor ‘bottom-up initiatieven’ met ‘minder organisatiekracht’. Tijdelijk gebruik van leegstaande panden is daarbij vaak (nog) geen optie waar de gemeente rekening mee houdt.

Het VSBfonds herkent de handreiking van de overheid. “Wat we zien is dat de gemeente bijvoorbeeld het pand voor een vriendenprijsje overdoet, of in de exploitatie blijven zitten. Of ze gaan wel uit de exploitatie en zetten een groot nieuw pand neer.” De gemeente vraagt dan kostendekkende huur, maar verenigingen kunnen door de ruimte die ze hebben commerciële huur rekenen met verhuur en zo het hoofd boven water houden.

Tilburgs wijkcentrum In De Boomtak kreeg van de overheid flinke korting op de aankoopprijs van het gebouw

Tilburgs wijkcentrum In De Boomtak kreeg van de overheid flinke korting op de aankoopprijs van het gebouw

“We doen vaak pogingen om meedenken over bezuinigingen vorm te geven”

Verschillende bronnen geven aan met buurtbewoners in gesprek te zijn gegaan over de invulling van de bezuinigingen, met de vraag: waar ligt de behoefte in de wijk? Die poging tot laten meebeslissen levert nuttige input op, maar op sommige plekken ook vooral reacties vanuit eigenbelang. En waar bezuinigingen zijn, is ‘een gevoel van ‘met de rug tegen de muur’’. Gesprekken zijn daar vaak ‘legehandengesprekken’, zoals een van de ambtenaren het noemt.

“Zelfbeheer is geen doel op zich”

De bezuinigingen betekenen in ieder geval niet het einde van het buurthuis, zoveel is duidelijk. Niet alleen bewoners zelf zien het nut in van een samenkomstplek in de wijk en doen daarom moeite om het voortbestaan te garanderen, ook de gemeenten zien een rol weggelegd voor buurthuizen. Bijvoorbeeld binnen de decentralisaties, een proces waar de gemeenten verantwoordelijk worden voor jeugdzorg, werk en inkomen en zorg aan langdurig zieken en ouderen. Als bewoners daar de ruimte voor krijgen, bijvoorbeeld via buurtrechten, kunnen zelfstandige buurthuizen juist daar een bijdrage leveren. Buurtbewoners voor buurtbewoners. “Zelfbeheer is geen doel op zich”, maar op steeds meer plekken wel de oplossing.

Er komt veel kijken bij het overnemen, besturen, beheren, exploiteren en programmeren van een wijkaccommodatie. Omdat buurthuizen vooral veel van elkaar kunnen leren, organiseerde het LSA de Beheer je buurthuis Bustour, waar vijf buurthuizen elkaar bezochten om praktische kennis uit te wisselen. Dat ging ongeveer zo:

Download de LSA-quickscan ‘Zelfbeheer in Nederland’

Download de LSA-quickscan ‘Exploitatie en beheer door bewoners van wijkaccommodaties’ uit 2013

Reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*