Prijsbeleid

Print Friendly

Hoeveel geld vraag je voor de ruimtes die je verhuurt? Betaalt iedere doelgroep hetzelfde bedrag? Met welke factoren moet je rekening houden behalve de kostprijs van een product? Het bepalen van de juiste prijzen in je buurthuis is een kunst.

Als buurthuis ben je net als een bedrijf: je biedt producten aan. Je kernproduct is het verhuur van ruimte, eventueel aangevuld met een aanbod van activiteiten, van eten en drinken, een licht- of geluidsinstallatie, of een beamer. Om wat voor product het gaat, je biedt het niet aan om winst te maken. Wel probeer je via verhuur en verkoop de exploitatiekosten terug te verdienen.

Klantengroepen

Een ruimte zal in beginsel de prijs moeten opbrengen die het mogelijk maakt om die ruimte aan te kunnen (blijven) bieden. Maar, anders dan in het bedrijfsleven, spelen bij buurthuizen ook andere factoren een rol bij het vaststellen van de prijs. De voornaamste is de overheid en eventuele subsidies die het geeft om bijvoorbeeld bepaalde klantengroepen te ontvangen in je buurthuis.

Daarom is het gebruikelijk dat je bij de prijsstelling onderscheid maakt in klantengroepen. Voor verschillende groepen kunnen verschillende prijzen gelden. Onderscheid kun je maken op verschillende manieren:

  • Je eigen doelgroep (personen en groepen in de sociaalculturele sfeer, zoals plaatselijke verenigingen) en de overige huurders. Ook wel: zakelijke en niet zakelijke gebruikers. De niet zakelijke gebruikers(groepen) zijn de eigen doelgroep, de zakelijke gebruikers zijn alle overige gebruikers.
  • Groepen waarvoor van de gemeente subsidie wordt ontvangen en huurders waarvoor dat niet het geval is.
  • Groepen die als gevolg van subsidieafspraken met de gemeente gratis gebruik mogen maken van de ruimtes en betalende huurders.
  • Plaatselijke gebruikers en die van buiten.
  • Incidentele huurders, vaste huurders en permanente huurders. Met de laatste wordt een huurder bedoeld die een ruimte voor 7 dagen per week 24 uur per dag huurt (bijvoorbeeld een peuterspeelzaal , bibliotheek of een jeugdhonk).

Welke prijs?

De belangrijkste prijzen in je buurthuis zijn de huurprijzen en prijzen van de consumpties. Daarvoor bestaan geen standaardprijzen of normbedragen, en simpelweg het bedrag koppelen aan de kostprijs zou te kort door de bocht zijn. Rekening houdend met de plaatselijke omstandigheden en de invloed die subsidie op de prijs kan hebben, zijn er twee hoofdstromen mogelijk:

  • Kostprijs gerelateerde huurprijzen (zie verderop)
  • Subsidiegerelateerde huurprijzen: de kostprijs wordt verlaagd met de ontvangen subsidie. In het algemeen, hoe meer subsidie voor de betreffende doelgroep, hoe lager de huurprijs.

Op basis van die hoofdstromen zijn diverse varianten te bedenken die verband houden met de intensiteit van het gebruik:

  • Omzet gerelateerde huurprijzen: hoge omzet, lage huurprijzen.
  • Arrangementen, zoals: Verhuur van de complete accommodatie waarbij eventuele inkomsten van de bar voor de huurder zijn 2. Gratis gebruik van de zaal waarbij de inkomsten van de bar voor de accommodatie zijn. 3. Voor feesten en recepties kan de accommodatie voor de drankjes en de hapjes een vast bedrag per persoon rekenen; de zaalhuur is daarbij inbegrepen.
  • Extra faciliteiten zoals een geluidsinstallatie of een beamer kun je de huurprijs opnemen, maar ook apart in rekening worden gebracht.

Houd daarnaast rekening met plaatselijke omstandigheden. Meestal is er bijvoorbeeld concurrentie. Stel dat de plaatselijke horeca of een zaaltje van de kerk een lage huur rekent omdat ze genoegen neemt met alleen de drankomzet, dan moet je als buurthuis daar bij je eigen prijsstelling rekening mee houden.

Om oneerlijke concurrentie te voorkomen wordt van je (gesubsidieerde) buurthuis verlangd dat de prijzen van je consumpties in een redelijke verhouding staan tot die van de commerciële horeca. Over het algemeen is het geaccepteerd dat de prijzen van consumpties in een wijkaccommodatie lager liggen dan die in de commerciële horeca. Kijk bij paracommercie voor meer informatie.

Voor de prijsbepaling heb je dus een aantal plaatsgebonden gegevens nodig. Verzamel die gegevens iedere keer dat je de prijzen opnieuw. Zo kom je tot een prijsstelling waarmee je buurthuis zich niet uit de markt prijst en de verhouding met de plaatselijke horeca intact houdt.

Indexeren

Houd ook rekening met inflatie. Ieder jaar wordt ons geld iets minder waard, waardoor de prijzen moeten worden aangepast om er niet op achteruit te gaan. Dat proces noem je prijsindexatie. Vaak is 1 januari het moment om ernaar te kijken. Het inflatiecijfer dat voor die berekening nodig is wordt uitgerekend door het Centraal Bureau voor de Statistiek, het CBS. Op de website van het CBS vind je een stappenprogramma waarmee je de inflatiecorrectie voor huur- en andere prijzen simpel uitrekent.

Standaard- en werkelijke kostprijs

Een buurthuis heeft, net als een normaal bedrijf, behoefte aan kennis van de werkelijke kosten van de producten die je aanbiedt. Die kennis helpt bij het vaststellen van een juiste verkoopprijs en kan bij onderhandelingen als richtlijn dienen. Een andere reden waarom het goed is om over kostennormen te beschikken is dat de resultaten achteraf met die normen vergeleken kunnen worden.

De standaardkostprijs niet gelijk is aan de werkelijke kostprijs. In de werkelijke kostprijs worden alle kosten opgenomen, ongeacht of deze door inefficiëncy worden veroorzaakt. In de standaardkostprijs spelen alleen de toegestane of noodzakelijke kosten een rol en worden kosten als gevolg van inefficiëncy niet meegenomen.

De formule voor de standaardkostprijs is:  k = C/N + V/W

C = Constante kosten, ook wel vaste kosten. Bijvoorbeeld de rente en afschrijving op het gebouw en de inventaris.
V = Variabele kosten (of met de omzet variërende kosten), zoals de energiekosten.
N = Normale omzet.
W = Werkelijke omzet.

Het delen van de constante kosten door je normale omzet is noodzakelijk omdat je deze kosten ook worden maakt als er geen omzet is, en om niet van onterechte schommelingen in de omzet per jaar uit te gaan. De variabele kosten door de werkelijke omzet delen ligt voor de hand, omdat de werkelijke omzet onlosmakelijk is verbonden met de daarvoor gemaakte kosten. De formule is rekenkundig vrij eenvoudig; de grote uitdaging ligt in het vinden van de benodigde gegevens. Kijk daarvoor bij Omzetprognose en Rekenprogramma exploitatie.

Bron: Dorpshuizen.nl Vraagbaak