MVO en het buurthuis

“Welke problemen lost jouw buurthuis op?”

Print Friendly

Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen als buurthuis, dat is zo gek nog niet. Althans, niet als het aan expert Glenn van der Vleuten ligt. Er liggen kansen voor wijkcentra om zich de MVO-term toe te eigenen, en daarmee bijvoorbeeld positief voor de dag te komen richting fondsen.

Wat is MVO? Het gaat over natuur en mensen, over de groene en duurzame kant van de samenleving. Een breed begrip dus. Maar wat is een werkbare definitie? Beheer je buurthuis-expert Glenn van der Vleuten geeft zijn interpretatie: “Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen is op een verantwoorde wijze omgaan met planeet, mensen en natuur. MVO is groen ondernemen, sociaal ondernemen. De connotatie is al vrij snel iets met energie, iets met groen, omdat dat zichtbaar en tastbaar is en omdat veel aandacht aan die kant wordt besteed.”

Maatschappelijk verantwoord ondernemen als buurthuis

Juist de M van MVO wordt onderbelicht. Een maatschappelijk verantwoorde onderneming is volgens Van der Vleuten, zelf door de wol geverfd als procesbegeleider voor bewonersinitiatieven, bijvoorbeeld een vereniging die niet vraagt om geld, maar om mankracht en spullen. Bedrijven die vanuit hun competentie geven en nemen zijn zinvol bezig voor de samenleving. Dan is de sprong naar het buurthuis gauw gemaakt.

buurthuis_zorg

“Wat kun je bieden?”

“Een burgerinitiatief doet bijna per definitie aan MVO. Het probeert er te zijn voor mensen in de buurt. Via dagbesteding, via activiteiten, als ontmoetingsplek; het doet iets om anderen plezier aan te laten beleven”, legt Van der Vleuten uit. “Dat kost geld, tijd en energie. De deskundigheid die daarvoor nodig is, is onder potentiële klandizie aanwezig, onder bewoners en bedrijven. Die ga je als buurthuis bevragen: wat kun je bieden? Welke tegenprestatie kunnen we op rekenen? Die tegenprestatie is in dit geval het helpen ontdekken van eigen kracht, of het stimuleren van eigen horeca.”

ONS is een uitmuntend voorbeeld. Het buurthuis, gevestigd in Breda en een van onze pioniers, biedt werklozen een plek om te werken. Zonder verlies van uitkering worden zij klaargestoomd voor herintrede op de arbeidsmarkt, terwijl ze tegelijkertijd hun bijdrage leveren aan een betere buurt. Het buurthuis “tilt mensen uit hun inactieve modus en laat ze dingen doen waar hun hart ligt”, analyseert Van der Vleuten. ONS put kracht uit bewoners en geeft daar een toekomst voor terug, wat een positief effect heeft voor de omgeving.

Lees je wijk

Aan de basis van de insteek die Glenn van der Vleuten noemt ligt een stukje onderzoek: voor een buurthuis de taak om te onderzoeken wie er precies woont in de wijk, wat er aan kracht beschikbaar is en hoe die kracht aangesproken kan worden. Het is een businessmodel gefocust op een buurthuis dat geen diensten hoeft in te kopen en mensen aan hoeft te stellen om dingen gedaan te krijgen. “Leg daarom contacten en lees het sentiment. En met sentiment bedoel ik: waar zitten mensen op te wachten? Welke bijdragen kunnen ze leveren?”

Bewoners uit de buurt bereiden een uitgebreide wijklunch voor

Dat is stap 1 in wat Van der Vleuten ‘dedicated matchmaking’ noemt: lees je wijk, de sociale kaart. Achter het sentiment komen is stap 2. En stap 3? “Bouw een propositie op. Wat kun je toevoegen dat er niet is? Welke problemen kun je oplossen met de aanwezigheid van je buurthuis?”

Een andere pionier, In De Boomtak, dient hier als goed voorbeeld. Het Tilburgse wijkcentrum grijpt elke mogelijkheid aan om de buurt te ‘lezen’ en bewoners te ondervragen. Tijdens verkiezingen fungeert In De Boomtak als stemlokaal, een van de drukste van Tilburg. Op die momenten verspreid het enquêtes om behoeftes te peilen onder zowel bezoekers als buurtbewoners die nooit een stap in het buurthuis zetten. Onlangs stelde de pionier ook een stagiair aan om de beeldvorming rondom In De Boomtak in kaart te brengen: welk beeld heeft de buurt bij het wijkcentrum? Op basis van al die informatie zoekt het contacten en bouwt het een programma op. Enerzijds om te bieden waar behoefte aan is, anderzijds om In De Boomtak tot een succes qua bezoekersaantallen te maken.

Het buurthuis als voordeel

MVO is een populaire term met positieve connotaties. Een buurthuis dat zich nadrukkelijk weet te presenteren en te verenigen met de term maakt daardoor bijvoorbeeld meer kans om bij fondsen geld los te krijgen. Als eerste is een ‘rechtspersoonlijk basisvoordeel’, legt Van der Vleuten uit: een buurthuis is in de meeste gevallen stichting of vereniging en heeft dus geen winstoogmerk. Ook hebben buurthuizen een sociaal/maatschappelijke doelstelling, en daarmee goede papieren. Voor wie deze weg wil bewandelen naar fondsengeld, raad hij aan: “Zorg voor een sterk verhaal. Zorg er dus voor dat je goed uitlegt hoe je activiteiten een rechtstreekse bijdrage leveren aan de lokale gemeenschap, zonder dat het die gemeenschap extra geld kost.”

“Zorg voor een sterk verhaal”

Van der Vleuren vervolgt: “Zeg: er wordt een maatschappelijk vraagstuk opgelost door onze aanwezigheid. En dat doen we zelf, samen met bewoners en de buurt. We investeren in duurzame oplossingen; dat zit in de aard van onze activiteiten.” Fondsen als het VSBfonds en Oranje Fonds zijn geneigd te luisteren naar initiatieven, in dit geval buurthuizen, die met een dergelijke insteek en een minstens even sterk verhaal naar buiten treden.

Positieve effecten dus. Maar dat sterke verhaal begint bij de basis: het buurthuis als essentieel thuis van de buurt. Een plek die verbinding legt tussen helpers en hulpbehoevenden, die de kracht van de buurt weet te benutten om die buurt te verbeteren. Buurthuizen doen in veel gevallen aan MVO, ook al weten ze dat misschien nog niet.

Glenn van der Vleuten is expert van project Beheer je buurthuis. Eerder schreef hij namens het project een drieluik over het ideale buurthuisbestuur: Hoe doe je dat, een bestuur vormen?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*