Milieuwetgeving

Print Friendly

Als buurthuis moet je voldoen aan verschillende milieuregels. Welke regels dat zijn, is afhankelijk van je activiteiten op horecagebied.

De Nederlandse milieuwetgeving is sinds 2008 vastgelegd in het zogenaamde Activiteitenbesluit. In het besluit staan algemene milieuregels voor drie verschillende typen bedrijven, of ‘Wm-inrichtingen’. Een inrichting is volgens de wet een bedrijf dat zijn activiteit(en) regelmatig of voor lange tijd op één plek uitvoert. Winkels zijn vaak geen inrichting; bewoners die bedrijfsmatig activiteiten ondernemen kunnen dat wel zijn. De drie typen zijn:

Type A: Bijvoorbeeld een kleine winkel of kantoor. Deze bedrijven hoeven zich niet te melden, maar moeten wel voldoen aan de voorschriften van het Activiteitenbesluit.

Type B: Bijvoorbeeld een horecabedrijf, garagebedrijf of aannemer. Zij moeten zich melden en voldoen aan de voorschriften van het Activiteitenbesluit. Ook moeten zij vaak een omgevingsvergunning beperkte milieutoets (OBM) doen, die bijvoorbeeld gaat over lokale hinder in op het gebied van geluid, geur of luchtkwaliteit. De toets dient als keuring van specifieke activiteiten binnen het bedrijf. De OBM-plicht geldt voor deze activiteiten.

Type C: Grotere industriële bedrijven hebben een omgevingsvergunning voor milieu nodig. Zij dienen daarvoor een aanvraag in bij de gemeente en voldoen aan de voorschriften van de vergunning en, afhankelijk van de activiteiten, aan sommige onderdelen van het Activiteitenbesluit.

Buurthuizen en het Activiteitenbesluit

Als buurthuis behoor je tot type A of B, afhankelijk van je (horeca-)activiteiten. Door het ministerie van VROM is een speciaal elektronisch loket opgezet om je te helpen achterhalen welke milieuregels voor jouw organisatie van toepassing zijn. Deze Activiteitenbesluit Internet Module (AIM) wordt regelmatige geüpdatet en vertelt je op basis van een vragenlijst onder welke categorie je buurthuis is ingedeeld.

Hoewel toezicht op het naleven van sommige milieuregels voor de rekening komt van provincie en zelfs minister, geldt in de regel – en zeker voor Type A- en B-inrichtingen – dat de gemeente de gezaghebbende partij is. De gemeente is daarmee ook het orgaan dat omgevingsvergunningen verstrekt en OBM’s afneemt.

Is je buurthuis een Type B-bedrijf, dan gelden een aantal milieuregels, bijvoorbeeld op het gebied van geluid, vetlozingen, geur, energie, opslag van koolzuur en afvalstoffen. Houd sowieso rekening met de volgende regels op het gebied van afval.

Afvalscheiding

  1. Zorg dat de voorzieningen om afval aan te kunnen bieden in orde zijn. Let er daarbij op dat:
    1. ongedierte niet bij het afval kan komen;
    2. containers afsluitbaar en lekdicht zijn en goed gereinigd zijn;
    3. verontreiniging van voedingsmiddelen en drinkwater wordt voorkomen.
  2. Scheid afval altijd in verschillende categorieën. Houd emballage (kratten en flessen) uit de afvalstroom.
  3. Sla het afval op de juiste wijze op in de daarvoor bestemde container.
  4. Vervang vuilzakken wanneer etensresten worden weggegooid in de vuilnisbakken in het gebouw.

Emballage

  1. Maak afspraken over een regelmatige terugname, zodat de voorraad niet oploopt.
  2. Sla emballage bij elkaar op één plaats op.
  3. Spoel de emballage na gebruik om, om bederf en ongedierte te voorkomen.
  4. Verwijder de emballage zo snel mogelijk uit de keuken/barruimte.

Glas

  1. Scheid retourglas (emballage) en wegwerpglas goed.
  2. Sla wegwerpglas bij elkaar op één plaats op.
  3. Spoel het glas eventueel om, om ongedierte te voorkomen.
  4. Voer glas regelmatig af naar de glasbak.

Papier en karton

  1. Behandel geplastificeerd papier en karton (ook vruchtensap- en melkpakken) als afval zonder hergebruikmogelijkheden.
  2. Sla papier en karton bij elkaar op één plaats op.
  3. Vouw kartonnen dozen plat, zodat ze minder ruimte innemen of vul ze met oud papier.
  4. Verwijder papier en karton zo snel mogelijk uit de keuken/barruimte.
  5. Voer papier en karton regelmatig af.

Klein chemisch afval (KCA)

  1. Markeer klein chemisch afval (batterijen, lijm en dergelijke) duidelijk en houd afvalstoffen zoveel mogelijk gescheiden (bijvoorbeeld geen vloeistoffen bij elkaar in één fles gieten).
  2. Voorkom dat dit afval met voedingsmiddelen in aanraking kan komen.
  3. Sla klein chemisch afval bij elkaar op één plaats op.
  4. Voer klein chemisch afval regelmatig af.

Bronnen: Kenniscentrum InfoMil, Dorpshuizen.nl Vraagbaak

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*