Leren en discussiëren over de spil van de wijk

Geen gemeenschapshuis, maar een huis van de gemeenschap.

Print Friendly

Geen gemeenschapshuis, maar een huis van de gemeenschap. Met die woorden opent Wilco van der Bas de LSA regiodag in buurthuis ’t Schöpke te Venray. In een vijftal uiteenlopende workshops krijgen aanwezigen op interactieve wijze een inkijk in hoe je als buurthuis vraaggericht te werk gaat in plaats van aanbodgericht. Want, en daar is iedereen het over eens, alleen dan wordt een buurthuis ook echt van de buurt.

Dat de bewonersdag plaatsvindt in ’t Schöpke is geen toeval. Het wijkhuis is sinds een jaar in zelfbeheer overgenomen van de gemeente, met succes. Actieve burgers met een zelfde ambitie tot zelfbeheer zijn op 9 mei dan ook naar Venray afgereisd om te leren: van ’t Schöpke en van de ervaringsdeskundigen die vandaag kennis willen delen, maar vooral ook de aanwezigen in gesprek met elkaar willen krijgen.

Top 2000

In gesprek gaat ook Glenn van der Vleuten. ‘Waarom zit jij hier op vrijdagmiddag?’, vraagt hij de deelnemers van zijn workshop Concept en doelgroep. Exploitatie, samenwerking met de gemeente, leren luisteren naar de wijk, meer praten met bewoners dan over bewoners; de antwoorden lopen uiteen. Van der Vleutens workshop gaat vooral over de laatste twee onderwerpen.

Waar buurthuizen veel van kunnen leren volgens hem is de Top 2000, het ‘grootste burgerparticipactieinitiatief dat we in Nederland kennen’. De les die buurthuizen kunnen trekken is bij de invulling die wordt gegeven altijd als eerste de vraag te stellen: waarom komen buurtbewoners überhaupt naar ons toe? En hoe stemmen we onze frequentie vervolgens af op de mensen van de wijk? Kortom: waaraan is behoefte en hoe ga je als buurthuis daaraan voldoen?

Venray2

Dromen en ambities

Die vraag dient als startschot voor de workshop Wijkaccomodatieplan, gegeven door Sjaak Sluiters en Piet ten Haaf. Nu traditionele ontmoetingspunten zoals buurtwinkels, dorpscafés en bankkantoren verdwijnen, is het meer dan ooit van belang om vanuit de leefwereld van buurtbewoners te kijken naar wat er op die specifieke plek nodig is. Een accomodatieplan gaat dan ook niet over het gebouw, maar is een dialoog van verenigingen en bewonersgroepen over behoeften, wensen, dromen en ambities.

Dus concluderen Sjaak en Piet: ‘Doe nou eerst aan een goede inventarisatie, van breed naar smal. Maak keuzes, zet scenario’s neer. Het gaat om dat bewoners aangeven wat ze willen. Dat kan een gebouw zijn, maar ook iets anders.’

Vrijwilligers vinden en binden

Is het gemeenschapshuis de spil van de wijk, dan zijn de vrijwilligers de spil van het gemeenschapshuis. Met die insteek vertelt Yvonne Hanraets in haar workshop Vrijwilligersplannen de vijf B’s van vrijwilligersbeleid: Binnenhalen, Begeleiden, Belonen, Behouden en Beëindigen. Na het vinden van vrijwilligers moet je ze binden, door ze te koesteren, te luisteren naar hun wensen, te kijken naar hun kwaliteiten en uiteindelijk ook waardering en erkenning te tonen met bijvoorbeeld een functioneringsgesprek. Zo’n gebrek aan waardering is een valkuil waar buurthuizen, en verenigingen in het algemeen, vaak in trappen.

Valkuilen en uitdagingen onderscheiden is een belangrijk onderdeel bij het schrijven van een ondernemingsplan, zo vertelt Milja Kruijt in haar workshop. ‘Een risicoanalyse, daar scoor je mee.’ Ook in een ondernemingsplan staat de burger centraal, met de vraag: Wat kunnen mensen? En kan dat iets opleveren dat kan verkopen? Deelnemers wordt op het hart gedrukt ‘een andere manier van kijken’ na te jagen. Een denkwijze op basis van geld en toegevoegde waarde. Zo wordt een buurthuis duurzaam en kan een initiatief blijven bestaan op wijkniveau.

Wijkcentrum nieuwe stijl doorgezaagd

‘Ik mis jong volk, er is helemaal niemand!’ ‘Ben ik in een wijkcentrum of in een verzorgingshuis?’ ’Het is onvindbaar!’ In de workshop Wat maakt een buurthuis? De uitstraling, de mensen de activiteiten? van Esther Baylé wordt hevig gediscussieerd over ’t Schöpke zelf. De locatie van de LSA bewonersdag is de case voor alle geleerde lessen vandaag. ’t Schöpke wordt doorgezaagd, bekritiseerd, maar ook geprezen. Het buurthuis is dan goed op weg, er is nog veel werk te doen. Na een reeks harde woorden zegt een deelneemster: ‘Heb even geduld! Met een beetje enthousiasme komt het helemaal goed.’ ‘Dat vind ik een goede toevoeging’, sluit Esther Baylé tevreden af.

“Ik mis jong volk!”

Wanneer alle workshops zijn afgelopen komt Erik Zijlstra van ’t Schöpke zelf aan het woord. Het buurthuis is er nog lang niet, zegt hij, maar er is de ambitie om door te groeien. ‘We zijn leuk bezig, maar we moeten de toekomst waarborgen. Dat kunnen we niet alleen.’ En wellicht hoeven ze dat ook niet alleen. ’t Schöpke is een van de kanshebbers om tot pionier benoemd te worden in het LSA-project Beheer je buurthuis, waarin vijf gemeenschapshuizen steun krijgen bij hun pad naar zelfbeheer. Wie die vijf pioniers worden maakt het LSA binnenkort bekend, waarna het project daadwerkelijk van start gaat.

Yvonne Hanraets is positief over de kansen van ’t Schöpke. In haar afsluitende woorden zegt ze: ‘Ik persoonlijk zie hier een buurtonderneming zoals die in de toekomst gerund zou moeten worden’. Met een aanbod afgestemd op behoeftes uit de wijk, zoals Erik Zijlstra het zelf zegt. Daarmee is de cirkel rond. Vandaag stond in het teken van het wijkhuis voor en van de wijk, het gemeenschapshuis voor en van de gemeenschap. Dát is het wijkcentrum nieuwe stijl.

Artikel oorspronkelijk verschenen op LSA Bewoners.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*