“Jullie zijn het duurste buurthuis van Nederland”

Pionier en procesbegeleider in gesprek

Print Friendly

Het Landelijk Samenwerkingsverband Actieve bewoners (LSA) ondersteunt via project Beheer je buurthuis vijf pionierende wijkcentra in zelfbeheer. Niet met geld, maar door procesbegeleiders aan de initiatieven te koppelen. Zo leren de pioniers zelf de obstakels waar zij voor staan te overwinnen. Maar hoe verloopt de samenwerking? We kijken mee in Delfzijl-Noord.

Het is even reizen. De Brede School Delfzijl-Noord is gevestigd in het noordelijke gedeelte van een van ’s lands noordelijkste steden. De Koninklijke Nederlandsche Heidemaatschappij heeft zijn kantoor in Arnhem. Projectadviseur Erik Arkesteijn is een van de twee procesbegeleiders die namens Beheer je buurthuis de Brede School Delfzijl-Noord ondersteunt. Hij legt vandaag de ruim tweehonderd kilometer lange rit naar het noorden af om bij te praten over de voortgang in het wijkcentrum in spé.

Kopen?

In een klein kamertje van het immense gebouw schuiven we aan tafel bij Erik en drie initiatiefnemers van het project. Het gesprek begint met een update. De beoogde projectleider is uitgevallen, de incidentele inkomsten zijn uitstekend, de structurele uitgaven minimaal, maar er is angst dat de gemeente in de toekomst 75.000 euro huur gaat vragen.

Delfzijl-Noord update 2

Stapsgewijs lopen pionier en procesbegeleider de punten langs. Nu de voor de hand liggende kandidaat niet meer beschikbaar is, is er een vacature uitgezet voor de functie van projectleider bij het wijkcentrum in Delfzijl-Noord. In die vacature lijkt de gemeente wel opdrachtgever, wat niet de bedoeling is. De oplossing: detachering, waarbij de Brede School Delfzijl-Noord helder en duidelijk inhoudelijk opdrachtgever is, niet de gemeente. Ook al zijn de onderlinge verhoudingen goed, vooraf duidelijkheid scheppen is belangrijk voor alle partijen.

“Vier elk succesje”

Dan de geldkwestie. Tegenover de huursom voor het pand wordt wel een subsidie van het welzijnsbudget gezet, zodat de netto huurlasten momenteel nul zijn. Een prima situatie, totdat er een nieuw college komt, er mogelijk een nieuwe wind gaat waaien en misschien plots wel die 75.000 euro maandelijks overgemaakt moet worden. ‘Kopen?’, vraagt iemand voorzichtig. Nee, zorg liever dat de huur omlaag wordt gehaald. De huurontvangsten zijn bij lange na nog niet toereikend voor het betalen van het huidige bedrag.

“Jullie zijn het duurste buurthuis van Nederland in een omgeving waar je dat niet verwacht”, merkt Erik op. Zijn tip: ga de discussie aan met de gemeente, schep duidelijkheid. “Want hoe meer duidelijkheid, hoe beter je positie is wanneer de subsidie straks weer ter discussie komt.” En roep desnoods externe expertise aan voor hulp bij de grote volgende uitdaging: het schrijven van een ondernemingsplan.

Tegenslag en trots

Wat opvalt is hoe terneergeslagen de initiatiefnemers praten over hun project. “Alles moet anders, alles komt tegelijk. Dit gebouw is een tragedie, het is een ramp”, merkt iemand gefrustreerd op. Het proces loopt niet zo snel als men hoopt, wat soms moeilijk uit te leggen is aan mensen en verenigingen uit de buurt. Duidelijk is dat het even niet mee heeft gezeten. Het verbaast Erik Arkesteijn. Natuurlijk is er frustratie in de wijk, maar daar hoeven de initiatiefnemers geen verantwoordelijkheid voor te nemen.

Delfzijl 1

Hij wijst op het repair café, de textielwerkgroepen en andere activiteiten die het Bewonersbedrijf Delfzijl-Noord (waar het initiatief voor een wijkcentrum onder andere ontsprong) in de buurt organiseert. Wees daar trots op en communiceer dat ook vooral, is het advies: “Geef openheid van zaken. Wijs één iemand aan die verantwoordelijk is voor de communicatie. Bewoners weten maar tien procent van wat jullie weten. Blijf communiceren, vier elk succesje.”  Dan krijgen diezelfde bewoners en diezelfde verenigingen ook het gevoel: hier gebeurt echt iets. Er wordt instemmend geknikt; de stemming is zichtbaar positiever.

Bellen

Communicatie is ook de sleutel tot een succesvolle samenwerking tussen pionier en procesbegeleider. En aan die communicatie schort het nog, wordt opgemerkt. In verband met zijn activiteiten voor de KNHM is Erik niet altijd telefonisch beschikbaar, terwijl de initiatiefnemers in Delfzijl vaak met grote en kleine vragen zitten die ze hem graag voorleggen. De fysieke ontmoetingen zijn te onregelmatig (minder dan eens per maand) voor voldoende input. “We kunnen heel veel, maar bepaalde dingen weten we niet”, klinkt het.

Een oplossing wordt geopperd waar beide kanten goed mee kunnen leven: op een vast moment, eens in de twee weken, gaan de initiatiefnemers en procesbegeleider bellen voor een update, het beantwoorden van vragen en het maken van afspraken. Zo blijft Erik op de hoogte en krijgen de Groningers de antwoorden en, waar nodig, de aanmoediging om op gestaag tempo hun proces voort te zetten. Het is een mooi voorbeeld van de verhouding tussen procesbegeleider en een project dat op eigen kracht streeft naar een thuis voor de buurt.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*