Dagbesteding in het buurthuis

Een verkenning

Print Friendly

Steeds meer buurthuizen organiseren dagbesteding voor ouderen in de wijk. Dat levert zorg op maat, maatschappelijke waarde voor de buurt en flinke besparingen voor de gemeente op. Toch is lang nog niet iedereen klaar voor de nieuwe rolverdeling die het met zich meebrengt.

Het begon met één persoon. In 2012 zag een vrijwilliger van De Nieuwe Jutter hoe haar schoonmoeder begon te dementeren. “O, neem maar mee, wij vangen haar wel op”, was de reactie. De vrijwilligers van het Utrechtse buurthuis regelden het onder elkaar. Gewoon, zodat ze onder de mensen kon zijn en samen met anderen iets om handen kon hebben. Zo is de opvang voor ouderen in De Nieuwe Jutter, voor bewoners en door bewoners, ontstaan.

Geen cliënten, maar mensen

Dagbesteding valt sinds 1 januari 2015 onder verantwoordelijkheid van de gemeente. Het is een ondersteuning voor mensen met een zorgvraag die nog thuis wonen. Het zorgt onder andere voor ontlasting van de mantelzorger. Ontmoeting heeft een belangrijke rol in dagbesteding. Gemeenten beheren de budgetten en kunnen ook een eigen bijdrage aan deelnemers vragen.

Steeds meer buurthuizen beginnen voorzichtig te kijken naar dagbesteding als activiteit. In Limburg zet Spirato, vereniging van zelfstandige Limburgse gemeenschapsaccommodaties, zich vol in voor bewonersinitiatieven die iets willen betekenen voor de ouderen in hun buurt. In Brabant moedigt ’t Heft wijkaccommodaties aan om eens te kijken naar de mogelijkheden. In Overijssel worden actief voorbeelden gedeeld van nieuwe manieren om dagbesteding te organiseren. En in Utrecht is er De Nieuwe Jutter.

Wmo

Daar is dagbesteding – die Ouderensoos heet In De Nieuwe Jutter – inmiddels uitgegroeid tot een wekelijkse activiteit. Elke woensdag van half elf ’s ochtends tot vier uur ‘s middags is er opvang. De ouderen wordt met inzet van buurtbewoners een warme huiskamer, gezelligheid en bezigheid geboden. De Ouderensoos werkt volgens het principe ‘zo lang mogelijk zo gewoon mogelijk binnen het vertrouwde verband’. In je eigen buurt, met de mensen die je vaak al tientallen jaren kent.

“Geen dokter, maar een luisterend oor”

De voordelen van de aanpak worden steeds duidelijker. Nu ligt zorg in de handen van professionals die de geschiedenis van een cliënt niet kennen zoals buurtbewoners  dat doen. Buurtbewoners kennen ouderen uit de tijd dat ze nog in de bloei van hun leven verkeerden, voor hen zijn zij díe persoon en zeker geen ‘ziektebeeld’. Zij voelen zich op een andere. manier verbonden met de deelnemer. Vrijwilligers spreken de deelnemers aan  als buurtbewoner, legt Mariska van Keulen uit. De coach en actieve bewoner noemt het ‘zorg op een alledaagse manier, zoals mensen met elkaar omgaan’. De deelnemers staan bij De Nieuwe Jutter in hun kracht omdat zij daar de mensen tegenkomen ‘die ze ooit op schoot hebben gehad, bij wijze van spreken’.

Frans Heldens herkent het beeld. De voorzitter van Spirato ziet dat mensen met iemand uit de wijk willen praten. “Niet met een dokter, maar met een luisterend oor. De mensen die deze ouderen tegenover zich krijgen, dat zijn de buurvrouw, dat is iemand die verderop werkt bij de bakker. Zulke mensen doen er een vervoerdienst bij, koken voor ze, gaan samen een spelletje spelen.” En met de centrale rol in de omgeving is het buurthuis daarvoor de perfecte locatie.

image-4361725

Ruimte voor ontmoeting

Het mes snijdt aan twee kanten. Kees Jongmans, scheidend voorzitter van ’t Heft, benadrukt dat de participatie van bewoners veel groter wordt. Kees Fortuin, collega van Van Keulen, spreekt van een ‘ecosysteem’, waarin bijvoorbeeld een voormalig dakloze een baantje vindt als kok voor de ouderen in de buurt. De winst zit in de ouderenopvang, in de werkgelegenheid, in het oplossen van de dakloosheid en in de ontmoeting op buurtniveau. En voor vrijwilligers betekent participatie ook eigen deskundigheidsbevordering, aldus Van Keulen.

Tegelijkertijd is dagbesteding een oplossing voor een vastgoed- en een financieel probleem. “Ruimtes ontstaan, gemeentes weten niet hoe ze daar mee om moeten gaan”, legt Heldens uit. “Buurthuisbesturen, met alle respect, weten dat ook niet.” In die ruimte liggen mogelijkheden om oud en jong bij elkaar te brengen, mensen naar het buurthuis te krijgen, en tegelijkertijd iets te doen aan het eenzaamheidsprobleem. Spirato ziet dat, zegt Heldens, en helpt Limburgse gemeenschapshuizen te onderzoeken welke mogelijkheden de ruimte en de gemeenschap in de buurt bieden voor dagbesteding. De oplossing is vaak simpel: twee of drie uur per week invullen voor ontmoeting, dat kan ieder buurthuis.

En het bespaart geld. Jongmans legt uit dat “de winst ‘m erin zit dat als mensen gebruik maken van voorzieningen in het voorliggende veld [vrij toegankelijke voorzieningen zoals dagbesteding in het buurthuis – red.]. Dat zijn voorzieningen die met een bepaalde betrokkenheid en deskundigheid worden uitgevoerd door betrokken vrijwilligers.” Die vrijwilligers kosten niets, terwijl professionals (vaak grof) betaald moeten worden. Mocht er een professional nodig zijn, dan vliegen de vrijwilligers die wel in.

Impact op de omgeving

Het verbaast Kees Jongmans daarom dat overheden nog zo halsstarrig vasthouden aan professionele organisaties. “Ik zie mogelijkheden, veel mogelijkheden zelfs. Maar de gemeente kijkt naar welzijnsinstellingen, naar bedrijven – niet naar al die vrijwilligersorganisaties die er zijn, terwijl daar een veelvoud van de winst gehaald kan worden.” Vaak komt die houding voort uit traditie. “Wij horen dat de hele Wmo in Utrecht rond de 100 miljoen kost”, legt Kees Fortuin uit. “Dat kun je niet in duizenden kleine stukjes aanbesteden, dus gaat de voorkeur altijd uit naar grote aanbieders.”

De Nieuwe Jutter

“Het gras groeit van onderop”

Des te meer reden voor De Nieuwe Jutter en Spirato om in stad en provincie actief op hun respectievelijke gemeentes af te stappen om de traditie te doorbreken. Die gemeentes moeten beseffen dat wanneer ze investeren in buurthuizen die dagbesteding organiseren, ze investeren in meer dan alleen zorg. Ze investeren in waardestromen rondom de buurtvoorziening. “Als eerste komt het geld dat de gemeente besteedt aan zorg ook daar terecht: in de ouderenzorg. Maar het komt ook terecht in dat ecosysteem van allerlei andere belangen en projecten. Daarin circuleert dat geld. Benader het nou eens op die manier”, spoort Fortuin de gemeente aan. “Leer om te investeren in dat ecosysteem, in plaats van alleen maar één op één zorg in te kopen.” Het is een kwestie van investeren in verantwoorde zorginkoop, wetende dat je een financiële impuls geeft aan het systeem eromheen. “Je hebt impact op de omgeving door het in het buurthuis te doen, want je trekt de samenleving mee. En als overheid wil je dat die samenleving de naam samenleving verdient.”

Buurthuizen zijn afhankelijk van dat overheidsgeld voor het organiseren van dagbesteding. Gemeentes “moeten daar centen in stoppen”, vult Heldens aan. Gemeentes willen dat ook wel, is zijn ervaring, en beseffen dat ze daar een taak hebben. Maar hoe en wie ze precies moeten ondersteunen, daar worstelen ze mee. “Gemeentes kunnen schijnbaar moeilijker de bevolking inschakelen dan dat de mensen dat zelf kunnen. Het gras groeit van onderop.” In Limburg fungeert Spirato daarom als intermediair tussen bewonersinitiatieven en gemeente. De organisatie helpt hen de mogelijkheden op een rij te zetten, wat al tot een aantal succesvolle samenwerkingen heeft geleid.

Een nieuwe rolverdeling

Succesvolle samenwerking vereist een houding waarbij veel gemeentes zich ongemakkelijk voelen. Hun voorkeur gaat uit naar het hanteren van dezelfde criteria voor alle zorgaanbieders, een gestandaardiseerde rapportage en professioneel toezicht voor eventuele zwaardere zorggevallen. Bewonersinitiatieven kunnen niet voldoen aan die criteria, maar willen dat vaak ook helemaal niet. De bedoeling is niet per se dat alles ‘geregeld’ is, de bedoeling is dat mensen dicht bij huis zo zelfstandig mogelijk hun leven kunnen leiden, met alle vertrouwde plekken en gezichten die daarbij horen. Daarom spoort De Nieuwe Jutter de gemeente Utrecht aan om kritisch naar zijn eisen te kijken: Zijn ze echt nodig? Helpen ze echt? Gaan ze niet in tegen de extra kwaliteit die je biedt?

“Het is van de mensen zelf”

Zulke onderhandelingen kosten tijd en bewijzen dat buurthuizen inderdaad een positieve bijdrage leveren met het organiseren van dagbesteding. Kees Fortuin refereert nog eenmaal naar het maatschappelijke ecosysteem waarin gemeentelijke investeringen terechtkomen. “Jullie [de gemeente] krijgen de impact er gratis bij. Dat is de bonus. De tegenprestatie is dat jullie ons de right to challenge geven.” Iets wat Van Keulen demonstreert met een voorbeeld: “Als wij goede verbinding maken met het buurtteam, kunnen we dat professionele toezicht op een creatieve manier heel anders organiseren dan als je één persoon daarvoor aanstelt.”

Bewoners die zorg organiseren; het vereist een nieuwe rolverdeling. Gemeente, burger en ook professional krijgen nieuwe taken en moeten oude los durven laten. “Gemeentes moeten meer faciliteren dan de boel over willen nemen. Professionals moeten los leren laten”, vindt Kees Jongmans. Maar, zegt Frans Heldens, “zorg als gemeenschapshuis altijd dat je een probleem van de gemeenschap oplost. Het is van de mensen zelf. Mensen in de buurt moeten het zelf doen, ze moeten het zelf willen. Maar maak ze dan ook zelf verantwoordelijk.”

Lees ook:

Reacties

  1. Hanneke Balk, wethouder gemeente Waalre zegt

    Gemeenschapshuis De Pracht in Waalre organiseert sinds anderhalf jaar dagbesteding De Prachtdag voor buurtbewoners die extra aandacht nodig hebben. De vrijwilligers doen alles zelf voor hun eigen “buren”. Bij de start hebben de vrijwilligers een begroting gemaakt, waarin ook professionele ondersteuning voor de vrijwilligers is geregeld. De extra aandacht en zorg moeten de vrijwilligers immers ook verantwoord kunnen geven. Dus betaalt de gemeente dat deel plus wat extra’s. De eigen bijdrage van de bezoekers dekt de rest. “Mede mogelijk gemaakt door de gemeente” noemen we dat.
    Op 26 mei ontving De Pracht, mede door dit initiatief een Appeltje van Oranje uit handen van Koningin Maxima. En binnenkort komt ze zelf De Pracht bezoeken.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*