Arbowet

Print Friendly

De Arbowet is een verzameling voorwaarden die moeten zorgen voor de gezondheid en veiligheid van werkgevers en werknemers. In de wet staan geen harde regels, maar algemene richtlijnen voor goede arbeidsomstandigheden. Wat zijn jouw verantwoordelijkheden als buurthuisbestuur?

De zorg voor goede arbeidsomstandigheden is een verplichting voor elke werkgever. In buurthuizen ligt die verplichting bij het bestuur en geldt de zorg voor zowel werknemers als vrijwilligers en andere mensen die ook maar iets betekenen voor de organisatie. Laat je als bestuur na de juiste maatregelen te treffen, dan loop je het risico aansprakelijk te worden gesteld bij eventuele ongevallen.

Arbowet, Arbobesluit en Arboregeling

Hoewel de Arbowet – kort voor Arbeidsomstandighedenwet – in principe uitgaat van werkgevers en werknemers (oftewel personen met een arbeidscontract en cao), is het ook binnen een organisatie met vrijwilligers aan te raden om de risico’s voor veiligheid en gezondheid te inventariseren en de maatregelen te treffen die daarbij horen. Die zorgplicht is vastgelegd in algemene regels, bijvoorbeeld voor brandveiligheid in de keuken van je buurthuis. Concretere regels vind je in het Arbeidsomstandighedenbesluit.

Het Arbeidsomstandighedenbesluit is de uitwerking van de Arbowet, met daarin concrete bepalingen per onderwerp. Alle verboden, voorschriften en uitzonderingen die met een bepaald onderwerp van doen hebben, vind je er in hoofdstukken bij elkaar. Nemen we wederom brandveiligheid als voorbeeld, dan vind je in het Arbobesluit de regel vermeld dat voor het frituren van levensmiddelen een specifieke afvoerinstallatie is vereist.

Nog gedetailleerder is de Arbeidsomstandighedenregeling. Hierin worden bepaalde onderdelen van het Arbobesluit verder uitgewerkt in specifieke bepalingen, zoals de taken van de Arbodienst. Het Arbobesluit zegt bijvoorbeeld dat de Arbodienst de genoemde afvoerinstallatie periodiek moet keuren.

Zorgverplichtingen

Uit de Arbowet vloeien voor het bestuur taken voort die we zorgverplichtingen noemen. Het gaat om de volgende zorgverplichtingen:

  1. Het inventariseren en evalueren van de risico’s binnen de organisatie. Daarvoor gebruik je de Risico-inventarisatie en evaluatie, kortweg RI&E. Er bestaan RI&E’s voor verschillende branches; denk aan welzijn, horeca en vrijwilligerswerk (waarover zo meer);
  2. Een verzuimbeleid gericht op de voorkoming van verzuim. Treedt er toch verzuim op dan regelt de Wet verbetering poortwachter de verhoudingen (rechten en plichten) tussen de werkgever, de verzuimende werknemer en de Uitvoeringsinstantie Werknemersvoorzieningen (UWV);
  3. Beleid op het gebied van seksuele intimidatie, agressie en geweld;
  4. Ongevallen en eventuele beroepsziekten melden bij de Arbodienst;
  5. Gevaar voor derden voorkomen door het treffen van voorzorgsmaatregelen, waardoor je risicovolle situaties vermijdt.

Standaardregeling en maatwerk

Er zijn twee manieren om de arbo-ondersteuning te organiseren: de standaardregeling of de maatwerkregeling. De standaardregeling is een voortzetting van het vroegere beleid waarbij je een contract aangaat met een arbodienst. Wie kiest voor de maatwerkregeling heeft meer mogelijkheden. Wel zijn er drie voorwaarden verbonden aan de maatwerkregeling:

  • de accommodatie moet in elk geval een dienstverleningscontract afsluiten met een bedrijfsarts;
  • bij de maatwerkregeling moet de RI&E ter toetsing worden voorgelegd aan een van de vier kerndeskundigen (veiligheidskundige, arbeidshygiënist, bedrijfsarts en arbeids- en organisatiedeskundige);
  • de maatwerkregeling mag alleen worden gebruikt in overeenstemming met de OR of de personeelsvertegenwoordiging, of nadat het in de CAO is mogelijk gemaakt.

Wie aan deze voorwaarden voldoet kan er via de maatwerkregeling vervolgens voor kiezen om:

  • alle deskundige arbo-ondersteuning extern in te kopen, bijvoorbeeld bij een bedrijfsarts;
  • alle deskundige arbo-ondersteuning intern te organiseren, door middel van het in dienst nemen van arbodeskundigen;
  • een combinatie van bovenstaande twee mogelijkheden, bijvoorbeeld een veiligheidskundige aanstellen en andere arbodeskundigen inhuren.

De RI&E toetsen

Een risico-inventarisatie bestaat uit een evaluatie en een plan van aanpak. In sommige gevallen is er voor de toetsing een arbodienst of een arbodeskundige nodig. Er zijn twee situaties mogelijk:

  1. Accommodaties met 25 of minder werknemers hoeven de RI&E niet te laten toetsen, op voorwaarde dat gebruik wordt gemaakt van een RI&E-instrument dat in de CAO is vastgelegd.
  2. Accommodaties met meer dan 25 werknemers leggen de RI&E voor aan de arbodienst of aan een arbodeskundige. Deze zullen de RI&E toetsen.

Meer informatie over het toetsen van de risico-inventarisatie vind je op je RI&E-website. RIE.nl biedt onder andere een stroomschema om gemakkelijk te bepalen of je een toetsverplichting hebt.

Interne preventiemedewerker(s)

Accommodaties met 25 of meer werknemers moeten een preventiemedewerker aanwijzen die wordt belast met preventietaken, zoals het geven van voorlichting. In de RI&E moet de organisatie aangeven hoeveel preventiemedewerkers er nodig zijn en wat ze precies moeten doen. Bij organisaties met 25 of minder werknemers mag de werkgever de taken zelf op zich nemen, op basis van aanwijzingen daartoe in de RI&E.

Overleg goed de prioriteiten voor de aanpak met zowel het bestuur als de betrokken vrijwilligers. Zij die op wekelijkse en zelfs dagelijkse basis te maken krijgen met de arbeidsomstandigheden binnen je buurthuis, hebben het meeste belang bij een arbobeleid zonder misverstanden en een veilige werkomgeving.

Vrijwilligers

Om het Arbobeleid binnen accommodaties met ten hoogste 40 uur betaalde arbeid per week vorm te geven is in het verleden een speciale checklist ontwikkeld, de arbocheck vrijwilligerswerk. Door de wetswijziging zijn de betreffende accommodaties niet langer verplicht deze check uit te voeren, behalve bij zeer ernstige risico’s. Enkele voorbeelden zijn valgevaar (bijvoorbeeld bij de restauratie van je buurthuis), en het werken met gevaarlijke stoffen. Ook blijven aanvullende bepalingen voor gezond en veilig werken van kracht voor kwetsbare groepen die extra bescherming nodig hebben. Het gaat om jeugdige vrijwilligers tot 18 jaar en vrijwilligers die zwanger zijn of borstvoeding geven. Groepen die volgens de Arbowet niet als vrijwilliger worden gekenmerkt zijn stagiairs, leerlingen, proefplaatsingskandidaten, uitvoerders van een taakstraf, gevangenen en tbs’ers. Accommodaties die met één of meerdere van deze groepen werken, moeten dan ook alle regels van de Arbowet volgen.

Wil je serieus werk maken van de arbeidsomstandigheden in je buurthuis, dan staat het natuurlijk vrij om ook buiten de ‘zeer ernstige risico’s’ de Arbocheck te blijven gebruiken. Zeker in het licht van de aansprakelijkheid zegt een actief Arbobeleid iets over verantwoordelijk besturen! Met behulp van deze checklist inventariseer je:

  • Wat zijn de gevaren in de accommodatie voor de vrijwillige medewerkers?
  • Hoe groot zijn die gevaren en wie zou er schade aan de gezondheid kunnen oplopen en hoe?
  • Zijn er voldoende voorzorgsmaatregelen getroffen, zodat het risico tot een uiterste kan worden beperkt?
  • Welke prioriteiten stelt de accommodatie in het plan van aanpak (waar gaat men het eerste iets aan doen).

Arbobeleid organiseren

Hoe organiseer je je Arbobeleid? Zet het op de agenda van het bestuur en laat het regelmatig terugkomen in vergaderingen. Bepaal wie zich met het Arbobeleid gaat bezig houden, bijvoorbeeld één of meer bestuursleden of een bestuurscommissie, eventueel aangevuld met kundige vrijwilligers of medewerkers. De Arbowet bepaalt dat de RI&E in ieder geval om de vier jaar en na belangrijke wijzigingen aan en ongevallen in de accommodatie moet worden geactualiseerd.

Handhaving

De Arbeidsinspectie is verantwoordelijk voor de handhaving van de afspraken en maatregelen in het het Arbobeleid. Zij doet dit op eigen initiatief via systematisch uitgevoerde inspecties. Ze spoort misstanden op en komt in overleg met het bestuur en/of beheerder tot afspraken over hoe je deze misstanden voorkomt en verwijdert. De Arbeidsinspectie gaat vooral op een ’reactieve wijze’ te werk door meldingen van arbeidsongevallen en klachten te onderzoeken. Tegen overtredingen van de Arbowet treedt zij handhavend op. Dat doet het via:

  1. Het geven van een waarschuwing met een bindende afspraak tot naleving daarvan;
  2. Het stellen van een uitdrukkelijke eis tot naleving;
  3. In geval van ernstige overtredingen of herhaling van een overtreding, wordt een rapport opgemaakt waarin een boete wordt opgelegd;
  4. In geval van ernstig gevaar worden de activiteiten waar het om gaat onmiddellijk stilgelegd, waarna een proces-verbaal wordt opgemaakt.

Bronnen: Dorpshuizen.nl Vraagbaak, RIE.nl, Arboportaal